Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34. A Is Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zoo schreeuwde hij met eenen grooten en bitteren schreeuw, gansch zeer; en hij zeide tot zijnen vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader'.

35. En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uwen zegen weggenomen.

36. Toen zeide hij: Is 't niet, omdat men zijnen naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijne eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijnen zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geenen zegen voor mij uitbehouden?

37. Toen antwoordde Izaak, en zeide tot Ezau: Zie, ik héb hem tot eenen heer over u gezet, en al zijne broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund: wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?

38. En Ezau zeide tot zijnen vader: Hebt gij maar dezen éénen zegen, mijn vader ? zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijne stem op en weende.

39. Toen antwoordde zijn vader Izaak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uwe woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.

40. En op uw zwaard zult gij leven, en zult uwen broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heerschen zult, dan zult gij zijn juk van uwen hals afrukken.

C A L V IJ N.

Calvijn zegt over deze zegening het volgende:

„In dit hoofdstuk behandelt Mozes met vele woorden eene geschiedenis, die niet van veel nut schijnt te zijn. Het is in het kort samengevat dit, dat toen Ezau op bevel zijns vaders was uitgegaan om te jagen, Jakob in zijne kleedy door list van zijne moeder heimelijk is binnengeslopen om den zegen, die volgens het recht der natuur aan den eerstgeborene toekwam, te rooven. Ook schijnt het kinderspel te wezen, dat hij zijn vader in plaats van wildbraad een bokje voorzet, dat hij Ezau's kleederen aantrekt en voorgeeft harig te zijn en dat hij onder den naam van zijnen broeder door leugen den zegen uitlokt. Doch opdat wy zouden weten, dat Mozes niet beuzelt, doch bij eene zeer belangrijke zaak stilstaat, moet in de eerste plaats worden opgemerkt, dat, terwijl Jakob werd gezegend

Sluiten