Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en men zal niet denken, dat iemand, al ware hij ook de allergoddelooste mensch, haar licht zoude begaan, laat staan dan zulke heilige menschen als Rebekka en Jakob. En het laat zich wel alzoo aanzien, alsof men geen grootere zonde kan bedenken, geen grootere boosheid kan uitspreken zelfs naar het oordeel der wereld. Het is een zeer boos bedrog in zulke gewichtige dingen tegen de Godspraak en tegen de Goddelijke wet. Daarbij, Ezau heeft het bezit en het bestuur in huis beide in wereldsche en kerkelijke zaken en evenwel tegen dit alles en tegen den wil des vaders wordt hij door zijnen broeder Jakob daaruit gestooten.

Ik weet echter niets in de geschriften der Kerkvaders, Augustinus of anderen, te vinden, wat mij helpt om deze vraag te verklaren, want zij slaan allen deze plaats over. Daarom moeten wij zelve er naar gissen. En voorwaar, het is een wonder, dat dat vrouwken zulk een waagstuk onderneemt om haren zoon bloot te stellen aan zoo groot een gevaar, in afwezigheid zijns broeders en tegen den wil des vaders, die het bedrog zelfs bijna bemerkt en verschrikt wordt, als hij de stem van Jakob hoort en zijne handen tast. Want alzoo spreekt hij: „De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen." En Jakob zelf verschrikt ook by het plan zijner moeder en zegt bevende tot haar: „ Ik vrees, dat ik den vloek in plaats van den zegen over mij zal halen." Maar Rebekka volgt dien geest, die haar drijft en daarom door een machtigen geest gedreven wendt zij de oogen van alle gevaren en ergernissen af.

En het laat zich wel aanzien, dat zij deze zaak niet uit haar eigen bedenken heeft uitgevoerd, maar dat zij reeds lang op aanmaning van anderen dit plan in haar gemoed heeft opgevat. Maar haren man konde zij niet overtuigen, dat hij tegen den regel den zegen op Jakob moest overdragen. Daarom is zij dikwijls tot Eber ') gegaan en heeft

!) Eber is een van de vooronders van Abraham, zie Gen. 14 : 14, en leeJ'de nog ten tijde van Abraham en Izaiik en Rebekka. Luther meent, dat hij ook in Kanaan woonde, zoodat Rebekka hein konde gaan raadplegen.

3

Sluiten