Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerstgeborene en heeft den zegen met alle recht, dien men ook van hem niet terug mag eischen, omdat het eene gave Gods is en als zoodanig onveranderlijk; gij echter liegt en lastert uwen broeder valschelijk, dat hij beide genomen of geroofd heeft, n.1. de eerstgeboorte en den zegen."

Vatten wij nu het drievoudig getuigenis van Calvijn, Zwingli en Luter samen, dan mogen wij zeggen:

Zij getuigen aangaande Gen. 25 : 27 — 34:

1. Dat Gods vrijmachtig welbehagen de grond en oorzaak is van genadigen zegen en rechtvaardige verwerping.

2. Dat Gods verkiezing niet ledig is in de uitverkorenen, daarom is Jakob „oprecht" gemaakt, terwijl Ezau „onheilig" was.

3. Dat Rebekka's liefde voor Jakob vooral voortvloeit uit de vrije zegening Gods: „de meerdere zal den mindere dienen."

4. Dat Ezau het voornaamste van de eerstgeboorte, n.1. den zegen van Christus en het eeuwige leven, veracht en enkel het aardsche verkiest.

5. Dat Jakob hier niet onbillijk of hard heeft gehandeld; hij ontrooft niets, koopt het hem toegelegde goed, dat bovendien niet zooveel geacht was als een mondvol spijze, en dat hij geprezen moet worden, wijl hij de begeerte naar spijze beteugelt en zich alleen uitstrekt naar het geestelijk goed en het eeuwige leven, hetwelk in de eerstgeboorte wordt beloofd.

Mocht men dan toch nalaten om het koopen der eerstgeboorte als een daad van woeker voor te stellen, waarbij Jakob misbruik zou maken van Ezau's verlegenheid, maar veeleer alzoo verklaren, dat Jakob het hem door God toegezegde, alzoo zijn goed recht van Gods wege, ook nog betaald heeft om het in vrede te mogen bezitten.

En wil men den koop zeiven door een voorbeeld ophelderen , dan zou ik een voorbeeld willen voorstellen , dat

Sluiten