Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den indruk van zulk een slecht oordeel over hem denken bij die teksten, waarin juist met den naam Jakob on Israël het uitverkoren, geloovig hoopje van het volk Gods wordt aangesproken? En zulke plaatsen worden er in de Psalmen en bij de Profeten zeer vele gevonden. Wij behoeven slechts te herinneren aan woorden als die van Psalm 147 : „Hij maakt Jakob Zijne woorden bekend, Israël Zijne inzettingen en rechten"; Jes. 41: „Vreest niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israëls!" en Hoofdstuk 44: „Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!" De Israëlieten zegenden elkander in dezen naam; daarom luidt het Psalm 20: „De Heere verhoore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek." En met welk eenen eerbied sprak ook de Samaritaansche vrouw van haren „vader Jakob."

En heeft de Heere Zelf hem ooit anders behandeld dan Abraham en Izak? Tegenover de Sadduceën haalt Hij aan het woord: „Ik ben de God Abrahams, Izaks en Jakobs"; en op het plechtigst betuigt Hij elders: „Velen zullen komen van Oosten en Westen, en zullen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen." In het Boek der Wijsheid lezen wij Hoofdstuk 10: „De Wijsheid heeft uit moeiten verlost degenen, die haar dienen. Deze geleidde den rechtvaardige op rechte paden, als hij vluchtende was voor den toorn zijns broeders, en heeft hem het Koninkrijk Gods getoond en kennis van heilige dingen gegeven, heeft hem voorspoedig gemaakt in zijnen arbeid, en zijne moeiten vermenigvuldigd. In de gierigheid dergenen, die hem geweld aandeden, stond zij hem bij en maakte hem rijk ... . opdat hy zou weten, dat de Godzaligheid machtiger is dan alles."

Aan welke zijde is nu het rechtvaardig oordeel? Wij onderwerpen ons ook hier van te voren aan het gezag der Heilige Schrift, en trachten van dat standpunt uit het gedrag des aartsvaders te verklaren. De overrijke stof noodzaakt ons, veel slechts aan te stippen. Wij vestigen

Sluiten