Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lezen wij van hem in Hebr. 12 : 17, „geene plaats des berouws, hoewel hij die met tranen zocht", d. w. z. hij bracht geene zinsverandering bij zijnen vader teweeg, hoewel hij die met tranen zocht. Vanwaar deze standvastigheid bij Izak? Heeft hij misschien onder het uitspreken van den zegen het bewustzijn gehad, dat God door hem sprak? Of was de mogelijkheid van het gepleegde bedrog hem een bewijs, dat het gegaan was zooals het moest? God ten minste heeft aan het gebeurde Zijn zegel gehecht, door Jakob zegen en belofte met woord en daad te Bethel en elders te bevestigen. Werpt dat alles geen gewicht in de schaal ten gunste van Rebekka en van haar gedrag jegens Izak en Ezau, alsook ter rechtvaardiging van Jakob tegenover zijne vele oppervlakkige en vijandige rechters? — Maar de waarheid, dat hier sprake is van list, leugen en bedrog, wordt door dit alles niet ter zijde gesteld, het blijft staan en mag ook niet ontkend worden.

Gelijk de overtreding van de geboden der tweede tafel in het algemeen meer in het oog valt dan die der vier eerste geboden, zoo wordt ook op het houden van het achtste en het negende gebod veel meer gelet dan op zulk een getrouw bewaren van het eerste gebod. als wij hier bij Rebekka waarnemen. Het is echter steeds noodig en inzonderheid in onzen tijd, dat men der jeugd ook het eerste gebod wederom in zijne hooge beteekenis voor het Christelijke leven, duidelijk make en inscherpe. Onze Heidelbergsche Catechismus doet dit, als hij zegt, dat wij God alzóó van ganscher harte moeten liefhebben, vreezen en eeren, dat wy eer van alle schepselen afgaan en die varen laten, dan dat wij in het allerminste tegen Zijnen wil doen. Wie veraanschouwelijkt zulke woorden nu niet ook gaarne met eene geschiedenis? En onder de vele Bijbelsche verhalen is het onze daartoe wel zeer geschikt, daar het ons zoo levendig schildert, met hoeveel heldenmoed Rebekka bleef staan op den haar geopenbaarden raad en wil Gods, en hoe Jakob in gehoorzaamheid des geloofs vasthield aan de hem gegevene belofte Gods. Eene juiste uitlegging zoowel

Sluiten