Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hetgeen ons Hoofdstuk 32 en 33 van zijn gedrag jegens Ezau bericht wordt, als zou hij zich hier aan lage kruiperij en huichelarij hebben schuldig gemaakt. Bij eene onbevooroordeelde beschouwing echter moet ook hier Jakobs gedrag in een ander licht verschijnen, wanneer wij in de eerste plaats letten op de Oostersche beleefdheidsvormen met hare omslachtige zegswijzen; verder hierop, dat Ezau door zijne uitwendige positie, als vorst van Seïr, in eigen oogen en in die van anderen verre boven Jakob stond; en ten derde, dat Jakob zijn heilig eerstgeboorterecht geenen roof achtte, maar juist in het bewustzijn van zijn Goddelijk recht daarop des te meer geneigd moest zijn, om zooveel maar immer aan hem lag, de verzoening met den haatdragenden broeder te zoeken, en op elke geoorloofde manier rekening te houden met Ezau's bestaan en aanspraken.

Juist dat hem aan den Jabbok opnieuw barmhartigheid was geschied, maakte Jakob des te ootmoediger en gewilliger, om zijnen broeder zoo ver mogelijk te gemoet te komen. — Wie haalt hierbij niet gaarne het woord uit Spreuken aan: „Als iemands wegen den Heere behagen, zoo zal Hij ook zijne vijanden met hem bevredigen"? En als dan God aan Jakobs wegen een welbehagen had, betaamt ons dan mishagen en veroordeeling?

Uit het vreeselijk gevaar, waarin Israëls huis gebracht werd door het bloedbad, dat Simeon en Levi in Sichem aanrichtten, werd het alleen gered door Gods verschrikking, die over de Sichemieten kwam. Waarom deze storm noodig was, toonen ons vooral de woorden des aartsvaders: „Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u (Hoofdst. 35 : 2), en laat ons ons opmaken en optrekken naar Beth-El; en ik zal aldaar een altaar maken dien God, Die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid." De goede dagen bekwamen Israëls kinderen niet goed. Valsche verdraagzaamheid en geloofsvermenging namen onder hen de overhand, en Abrahams zaad stond op het punt van in de wereld onder te gaan. Dat mocht niet zyn, en de vreeselijke storm, dien God deed komen,

Sluiten