Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Roos van Dekama.

De bespreking dezer roman wordt gegroepeerd om de volgende negen onderdeden:

I. De heldin Madzy Dekama.

II. Graaf Willem IV uit liet Henegouwsche huis.

III. Jan van Arkel, bisschop van Utrecht.

IV. De Ridders Reinout en Deodaat van Verona.

V. Claes Gerritsz.

VI. De Geestelijkheid dier dagen.

VII. De Zedenschildering der Friezen.

VIII. Het historisch tijdvak.

IX. Van Lennep als schrijver, geplaatst tusschen enkele kunstbroeders en tijdgenooten.

I. Madzy Dekama.

Natuurtafreeltjes weet van Lennep dikwijls aardig en verdienstelijk te schetsen; doch als hij moet beschrijven het schoonste schoon der natuur — de Vrouw — dan schiet zijn pen te kort. De Roos van Dekama — tulp, lelie, viooltje of madeliefje ware beter titel geweest — wordt ons voorgesteld als een zedig, lief, braaf, bescheiden en gevoelig meisje. Wat al deugden! Gebreken houdt ze er niet op na. Sinds wanneer is een vrouw zonder gebreken? Ieder mensch immers is de som van deugden en gebreken ! Madzy Dekama is ontegenzeglijk een lief, mooi, zacht meisje met een degelijk, goed karakter; doch een hooge vrouw, zooals b.v. Badelocli in Vondels „Gijsbrecht van Amstel" of Gabrielle van Marie Metz Koning of Ursule Hagen van Cornelie Noordwal, een fiere romanheldin is ze niet. Van Lennep schiet daarin te kort. In welk zijner werken is een hooge vrouw geschetst? Leest Schakespaere's „Othello" en met enkele trekken van zijn forsch penseel heeft de onovertroffen artiest U in Desdemona een ideaal van een vrouw geschilderd!

Sluiten