Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De abten van Bloemkamp en Lidluin zijn ruw van karakter, wreed en bloeddorstig en gaan hun landgenooten daarin voor. Denkt slechts aan den slag bij Sint Odulf. Het is waar, dat de Friesche geestelijken destijds krijgshaftig waren, maar ook, dat ze een gezegenden invloed oefenden op het volk, dat boog onder hun geestelijk beheer. De geestelijkheid had toen een grooten invloed van godsdienstigen aard op het volk en stond in hoog aanzien. Eerst tegen den tijd der Hervorming vermindert die invloed. En wat merken we van de heiligheid van hun ambt, van de vroomheid, van den godsdienst, die kenmerken onzer natie? Niets! Was er althans maar een enkele, ware geestelijke geteekend in de roman. Vergelijkt eens het „Huis Lauernesse" van Mevrouw Bosboom-Toussaint. Daarin treedt ook de katholieke geestelijkheid op ten tijde der Hervorming, dus in een tijd van achteruitgang en toen die geestelijken ook werkelijk groote gebreken bezaten, die ook streng worden gehekeld. De bekwame hand der streng-orthodoxe Mevrouw Bosboom-Toussaint spaart dan Rome's geestelijken niet, ze brengt ernstig en waar tallooze ondeugden en gebreken aan het licht; doch als eerlijke en bekwame historische romancière, die een juist en waar beeld wil geven van het behandelde tijdvak, teekent ze ons in de edele figuur van den Vicaris van Utrecht een katholiek geestelijke van onberispelijk gedrag en vrome overtuiging, waardoor ze duidelijk laat voelen en begrijpen, dat dan toch niet de geheele Roomsche geestelijkheid verdorven was en slecht. Dit voelde de schrijfster als een plicht aan de waarheid der geschiedenis verschuldigd. Hoeveel te meer moest Van Lennep ons dan een beeld naar waarheid van de Geestelijkheid hebben gegeven in een tijd, waarin haar invloed zooveel te grooter was. De godsdienst, dat kenmerk van ons vaderlandsch karakter is door' Van Lennep nergens geteekend en dat kon juist zoo gemakkelijk, waar hij geestelijken ten tooneele voert,

Sluiten