Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de Conferentie te Dordrecht in de Paaschweek van 1905, waar verschillende broeders en zusters uit ongeveer 40 plaatsen van ons land bij elkander waren, werd de gedachte aan een Nederlandsche Tentzending, welke in zoo menig hart leefde, openbaar. liet was ook hier weer een vrouw, die den doorslag gaf, en met betamelijke jaloerschheid naar Duitschlands Tentzending verwijzende, ook ons vaderland er op aanzag. Biddend werd de zaak den Heer opgedragen en sedert ontving Ds. VAN HEEST te Dordrecht verschillende giften (er waren er van f 500 en f 2000 bij) voor een tent, totdat Hij, die alleen machtig is de harten te neigen als waterbeken tot al wat Hem behaagt, een Zijner kinderen in het hart gaf aan het voorloopig Comité een schoone tent aan te bieden, die ruimte biedt voor 2000 personen. Dit was omstreeks Mei van dit jaar.

Nu werd ook een Comité benoemd. En waar de gedachte aangaande de Tentzending heilig gemeengoed der opwekkingsgemeenschap was, daar diende ook de verwezenlijking dier gedachte, naar de reinheid en teederheid, die in het heilige past, zulks te zijn. Hieruit volgde, dat ook het Comité dezer Evangelisatie de verschillende kleuren zou vertoonen uit den regenboog der opwekkingsgemeenschap. Een zevental broeders, voorgelicht door den opzettelijk overgekomen tentzendeling VETTER uit Duitschland, vormde het Comité van toezicht en uitvoering. Het Comité werd daarom samengesteld als volgt:

De Heeren T. VAN' ESSEN en J. DE HEER, leden van de Stads-evangelisatie „Jeruel" te Rotterdam ;

de Heer L. J. H. VAN DER KLOOT MEIJBURG, te Utrecht;

Ds. E. B. COUVÉE, Ned. Ilerv. Pred. te Schiedam ;

Ds. TH. SCHARTEN, Luth. Pred. te Stadskanaal ;

Ds. G. DE WILDE, voorganger der Baptisten-gemeente te Sneek ;

Ds. J. J. VAN HEEST, evangeliedienaar bij de Vrije Evangelische Gemeente te Dordrecht.

Ds. SC HARTEN zag zich echter, bij nader inzien, genoodzaakt, wegens zijn vele ambtelijke en buiten-ambtelijke bezigheden, op zijn besluit terug te komen. Daaientegen gaf de heer B. H. G. KOLFF VAN OOSTERWIJK, uit Apeldoorn, gehoor aan de uitnoodiging om in het Comité zitting te nemen.

De beginselen der Nederlandsche Tentzending zijn de volgende:

§ 1.

De Nederlandsche Tentzending grondt haar bestaan en werkzaamheden op de beginselen der Evangelische Alliantie.

Eerstens erkent zij derhalve Christus als haar Hoofd.

Met het oog daarop, acht zij zich geroepen den vollen Raad Gods te verkondigen en niets achter te houden, wat door de werking des II. Geestes leiden kan tot den wasdom van kinderen Gods in de kennis en de genade huns Heilands en tot behoudenis van zondaren.

Zij predikt: „Christus Jezus, die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing." (1 Cor. 1 : 30).

Dienovereenkomstig is de hoofdzaak harer prediking:

1. De liefde Gods, zich uitstrekkende tot al het verlorene, zonder aanneming des persoons (Rom. 3 : 21—24).

2. De kracht van Christus' Bloed en Geest, tot verlossing van zondeschuld en zondemacht. (Tit. 2 : 11—14).

3. De noodzakelijkheid en mogelijkheid, voor den geloovige, om vervuld te zijn met den II. Geest. (Joh. 7 : 38 en 39).

4. De verwachting van den wederkomenden Heer, als behoorende tot het doel der bekeering. (1 Thess. 1 : 9 en 10).

Voorts verklaart zij daarmede de eenheid te erkennen van het lichaam des Heeren Jezus Christi.

Sluiten