Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze vraag werd beantwoord door den Voorzitter van het Comité Ds. VAN HEEST, die in een opzettelijk vervaardigd opstel het doel en beginsel, het streven en hopen, het gelooven en verwachten uitsprak van dezen nieuwgekozen vorm der Evangelisatie.

Spreker begon met iets te zeggen over het Koninkrijk der Hemelen, dat gelijk is aan een mostaardzaadje. Door geringe middelen behaagt het den Heer groote dingen te doen. Op een conferentie op den 2en Paaschdag te Dordrecht verklaart een zuster, dat zij hoopt, dat wij ook in Nederland een Tentzending mochten krijgen, gelijk in het buitenland. Van nu af besloten de leiders geregeld in alle opwekkingssamenkomsten een collecte voor de te stichten Tentzending te doen houden. Uit dat kleine mostaardzaadje door die zuster uitgestrooid groeide deze heerlijke plant. De spreker wees met een enkel woord op de pogingen om het werk te doen mislukken, doch de Heer heeft geholpen en men is nu in de tent vereenigd. Heerlijke bewijzen van sympathie, ook in geldelijke offers, kwamen in. Plotseling hielden de giften op en de Heer bereidde het hart van één enkele persoon, die opgewekt werd om de geheele tent te schenken.

Overal in ons land, waar velen zijn. die leven zonder God in de wereld, zal de tent worden geplaatst en het Evangelie der genade worden gepredikt.

Ook bedoelt de Tentzending verspreiding van goedkoope Christelijke lectuur en zal zij gaarne haar tent laten gebruiken voor samenkomsten voor geloovigen, gelijk, zoo noodig, voor de heiliging der Gemeente. Voor sectarisme zal men zich wachten, de gewonnenen zullen zich aansluiten, daar waar zij zich het meest thuis gevoelen. Een nieuwe secte te stichten is geheel legen de bedoeling der Zending, doch zij hoopt de tienduizenden te bereiken, die tegenwoordig de kerken voorbij gaan. Wel zal de Tentzending den stroom van ongeloof niet kunnen afdammen, maar wel zal zij voor velen een arke des behouds kunnen zijn. Eén man inzonderheid zal de Tentzending moeten leiden en door andere broeders die hun eigen arbeidsveld hebben, moeten geholpen wcrrden.

De Tentzending zal jonge evangelisten moeten kweeken. Op den duur zal een opleidingsschool voor evangelisten er uit voort moeten komen.

Nadat Ds. VAN HEEST geëindigd had, zong de vergadering:

Den Vader zij al de eer In hemel en op aarde;

En Jezus onzen Heer!

Verheft Hem naar zijn waarde.

O, dat Uw Geest ons leer',

Zijn Heilandsnaam steeds "meer

Te roemen, t' allen tijd,

Tot in der eeuwigheid.

Daarop ging Prof. VAN DIJK over tot de eigenlijke inwijdingsrede.

Spreker begon met een kort woord tot inleiding, waarin hij den tweestrijd niet verzweeg, welke een korte wijle in zijn binnenste was gevoerd: of 't wel op zijn weg kon liggen, om aan de geheele beweging zóó sterk zijn aandacht en voorliefde te schenken, dat hij, zooals nu, als leider en woordvoerder optrad bij de opening zelve? Daar waren stemmen tot hem en in hem gekomen die zeiden: „Doe 'tniet!" dan weer: ,,Doe 'twel!" Juist de voorzichtigheid van den Nederlandschen volksaard, om .zich niet op ijs van één nacht te wagen", en als 't dan over meerder nachten is gegaan, dan zich vooral niet „op glad ijs" te wagen — had hem parten gespeeld.

En zoo over de Belgische grenzen komende, en zich naar het centrum des lands begevende, woelden en werkten een drietal bedenkingen in zijn hoofd en gemoed, die hij intusschen overdacht, overwogen hadt en als overwonnen nu in het midden der vergadering meende te kunnen nederleggen.

Sluiten