Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

letten in 't belang vari zijn lichamelijk en zedelijk welzijn en hein aldus mede op te voeden tot eeu bekwaam en braaf burger van den Stuat, is het wonder vraag ik, dat er ten laatste van zoo'n band geen sprake meer was?

En is het niet verklaarbaar, dat de leerling zich bij dezen staat van zaken volstrekt niet gedrongen gevoelde bij denzelfden patroon , èn uit eigen belang èn uit erkentelijkheid zoo lang mogelijk te blijven, maar zich daarheen begaf, waar hij het meest verdienen kon, althans het grootste financieele voordeel had?

Ook de volleerde knecht of gezel, zijn ambacht in den grond kennende, gevoelde meestal weinig of in 'i geheel geen roeping, zijn helper of handlanger te leeren en in de geheimen in te wijden, tenzij de laatste onder den een of anderen, maar dikwijls n:et schoonen vorm, daarvoor eenige vergoeding gat. Maar al had die gezel er pleizier in, den jongen te instrueeren, dan nog was bet hem veelal niet mogelijk den inspraak van zijn hart te volgen, daar zijn tijd te kostbaar of zijn werk te eenzijdig was en reeds daardoor de gedachte aan 't grondig leeren van een ambacht volkomen was uitgesloten.

Zóó waren ten laatste de toestanden, in 't algemeen, want de eerlijkheid gebiedt te erkennen, dat er altijd gunstige uitzonderingen waren , excepties , die , al worden zij steeds zeldzamer, ook thans nog worden aangetroffen en waaruit blijkt, dat bij sommige patroons en in enkele weikplaatsen het ambacht nog te leeren is.

Om een ambacht grondig te kennen moet men kunnen teekeuen en degenen, die dit nog mochten willen betwisten, wil ik alleen zeggen, dat ik hiermede niet alleen bedoel het maken van teekeningen op papier maar ook het afschrijven en het maken van uitslagen, dat ik dus ook er onder versta het teekenen op het te bewerken materiaal zelf.

Sedert jaren heeft men dit dan ook ingezien en op plaatsen van eenige beteekenis werden dan ook al zeer vroeg scholen opgericht, welke ten doel hadden aan ambachtsleerlingen de gronden der teekenkunst te onderwijzen.

Dat dit niet altijd even doeltreffend was ingericht, maar dikwijls ver afwijkend van de tegenwoordig te dien opzichte beerschende denkbeelden, is te begrijpen en niet moeilijk te verklaren. Maar het blijft dan toch een feit, en dat moet niet worden onderschat, dat er reeds vroegtijdig mannen waren met een ruimen en scherpen blik, die aan dat onderwijs groote waarde toekenden, niet alleen practische maar ook vormende waarde.

Dit teekenonderwijs was echter verre van algemeen, ook in de centra der bevolking, in de groote steden en vele ambachts-

Sluiten