Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anchf.r, die daarover in 1895 een werk schreef, onomwonden zegt. dat zij slechts bestonden voor de meesters, niet voor de gezellen, m. a. w. dat zij onrechtvaardig waren.

De school is er voor den leerling, de werkplaats heeft nog een andere reden van bestaan, die zwaar weegt, en al is het waar, dat juist de/e reden ook voor den leerling gunstig kan zijn, in de werkelijkheid is dit voor hem in 't algemeen ju'st het groote struikelblok. Dit is natuurlijk en treft de werkplaats niet als een verwijt Maar men doe het dan ook niet voorkomen alsof dit nu de alleen-zaligmakende toestand is, ook niet in het Buitenland, want het lijkt er niets op.

In het rapport van onzen Inspecteur, in het begin mijner Inleiding genoemd en dat door ieder onpartijdig lezer zal moeten worden erkend als een weik van groote beteekenis, getuigende van nauwgezet onderzo k en degelijke studie, een werk dat een schat van gegevens bevat, in dat rapport wordt op zeer zakelijke wijze aangetoond, dat het leerlingstelsel daar veel te wenschen overlaat, ook op die plaatsen waar het verplichtend is gesteld.

Men leze o. a. maar eens wat op bladz. 60 door dr. kerschensteiner wordt gezegd, naar aanleiding der ondervonden moeilijkheden bij het in 't leven roepen eener nieuwe organisatie welke 1 Januari 1906 te Munchen voor het ambachtsonderwijs in werking trad. Daarbij werd het bezoek verplichtend gesteld en wenscht men ook het practisch onderwijs gaandeweg aan al de inrichtingen vati vakonderwijs in te voeren en onder scherp toezicht te stellen

dr. KERsf'HENSTEiNER zegt: Één klacht werd bij bijna alle besprekingen vernomen, somtijds wijzende op een betreurenswaar„dige uitgebreidheid van het kwaad De klacht namelijk over de ^tekortkomingen van zoovele Meesters in het aanbrengen van „vakbekwaamheid bij de leerlingen. Het is in 't geheel niet te „beschrijven, welke treurige verhoudingen hier aan 't licht ge„bracht werden. Niet weinigen der uitgenoodigde vertegenwoor„digers (afgevaardigden) verklaarden, dat dikwijls jonge lieden „het tweede of derde leerjaar reeds bij ben intraden, zonderde „eenvoudigste handgrepen van hun ambacht te kennen' .

„Het ergste is echter, dat enkele Meesters zich niet eens „schaamden over dit n:et nakomen hunner verplichtingen. Op „mijn bureau verklaarde een gildemeest.er en lid der lianc^weiks„kamer: „De taak van het practisch onderwijs in onze Vakscholen „is. de leerling in zijne practische ontwikkeling tegen te houden ; „hij mag geen afgerond geheel maken, anders verlangt hij als „gezel te veel loon". Daarbij dacht de ongeluksman er niet aan, „dat velen dezer slecht onderlegde leerlingen, nochtans later „Meester werden, maar Meesters, die door hun onbekwaamheid „het gansche beroep schaden".

Sluiten