Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is dan ook onbilliik, ons te beschuldigen van „zelfverheffing" waar wij met zulke voorbeelden voor oogen. dui ven beweren ons in vele opzichten in zake vakonderwijs met de Duitsche scholen te kunnen meten. Wij hebben trouwens een geduchte leerschool achter den rug. waarbij critiek ons niet is gespaard, dikwijls zelfs van dien aard was, dat. er voor zelfingenomenheid al heel weinig reden bestond. Wij waren steeds genoodzaakt te werken, hard te werken om de sympathie te winnen, welke ons thans ten deel valt, om te komen op de plaats, thans door ons ingenomen.

Ook is het onbillijk, tot den Inspecteur het verwijt te richten. dat hij de in zoo ruime mate ondervonden gastvrijheid niet op den rechten prijs heeft gesteld.

Hier was het om de waarheid te doen, niet om een opgesmukt verhaal, dat alles in het Buitenland hemelhoog verheft, en van ons vakonderwijs een beeld geeft, waarover wij ons, indien het juist was, zouden hebben Ie schamen.

Te ontkennen is het dan ook niet meer. dat wij, vooral wat ons vakteekenen betreft, een waardige plaats innemen. En dat wordt dan nu ook, zij het schoorvoetend en met zichtbaren onwil, toegegeven. Men le^.e, om zich daarvan te overtuigen, een kolt geleden uitgekomen artikel in de Gids. getiteld : „Middenstandskernen". „Op nieuwe banen." Maar nu is de waarde van dat onderwijsvak eensklaps gedaald, terwijl de schrijver dit in „School en Leven" hoog verheft en zelfs dienaangaande een nuttige wenk geeft, welke men goed zal doen ernstig te overdenken en op te volgen. Ik bedoel hier het oefenen in het maken van tijdschetsen.

In het hierbedoelde opstel van den begaafden schrijver, dut werkelijk niet tot het beste van hem gerekend kan worden, wordt nog eens teruggekomen op de gehouden Tentoonstelling in den Haag in 1901 en wordt naar aanleiding daarvan den staf opnieuw gebroken over onze Ambachtsscholen.

Het zij zoo, maar men bedenke toch, dat deze maatstaf van beoordeeling zeer gebrekkig is. zóó gebrekkig, dat liet mij heeft verbaasd, dat eene Commissie er toe komen kan, alleen daarnaar eene school als best, goed of slecht te verklaren.

Er is een ander veel deugdelijker middel, n. 1. schoolbezoek ; niet een enkele maal maar veelvuldig. Want het kan best gebeuren, dat men bij liet eerste bezoek een ongunstigen indruk verkrijgt, door dat de onderwerpen, op dat tijdstip behandeld, de werkzaamheden op dat oogenblik verricht, niet van dien aard zijn, dat zij de school gunstig doen uitkomen. Het tegenovergestelde is natuurlijk ook mogelijk.

Schoolbezoek van Autoriteiten, belangstellenden en belanghebbenden is bovendien aan te bevelen. De daardoor betoonde be-

Sluiten