Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Bij het geven van een richtsnoer voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst dienen twee hoofdsoorten deiarbeidsovereenkomsten in het oog gehouden te worden en wel:

a. de mondelinge overeenkomst;

b. de schriftelijke overeenkomst.

Voor ieder dezer hoofdgroepen zullen wij eenige bepalingen releveeren, die bij het aangaan derzelve noodzakelijk in het oog gehouden moeten worden.

Op te sommen, welke bepalingen bij het aangaan eener overeenkomst wèl mogen worden gemaakt, is niet doenlijk. De praktijk zou er wellicht eiken dag weer nieuwe aan toevoegen.

Van meer practisch nut is het daarom, aan te geven welke bepalingen niet gemaakt mogen worden, resp. wanneer zij mochten worden gemaakt, nietig zijn.

Die bepalingen mogen echter weder soms niet, soms wel worden gemaakt. De voornaamste onderscheiding is daarbij of de overeenkomst mondeling of schriftelijk is aangegaan. Daarom is bij die opsomming aangegeven of het beding nimmer mag worden aangegaan bi alleen bij de mondelinge overeenkomst verboden is.

Eene tweede onderscheiding is die tusschen arbeiders, die meer dan f 4.— per dag (ƒ 100.— per maand of f 1200.— per jaar) en die, welke dat bedrag of minder verdienen; voor zoover dit noodig was, is ook deze onderscheiding aangegeven.

Heeft men nu, voor zooveel noodig, deze bepalingen, die in alphabetische volgorde van het reglement zijn aangegeven, geraadpleegd, dan kunnen zich talrijke gevallen voordoen, waarbij men weten wil welke nu de gevolgen der overeenkomst zijn, resp. of men eene bepaalde handeling binnen

Sluiten