Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doopte, en met saccharine liet concurreeren, tot een derde kwam, die weer een auder zoet, de glucine, uit de teer haalde. Ieder roemde deze nieuwe triutnfen der chemie, en schertsenderwijze werd beweerd, dat de groote Fahlberg een vervolg gevonden had op 't antwoord van Simson's raadsel in Hichferen XIV. (Wat is zoeter dan honigV —- saccharine!). In dien trant kon men ook de lofspraak hooren: ral de zoetheid der voorwereldlijke perioden, vastgelegd in de steenkool, is nu door Fahlberg aati het licht gebracht !"

Eene nieuwe zoetstof vinden, was dus een tijdje het ideaal van alle fabrieks-ehemici. Niet lang heelt in Duitschland die saccliarine-roes geduurd. Immers, al spoedig bleek er aanleiding te zijn, in de eerste plaats tot de vraag: Is saccharine nadeelig voor de sp ijsverter ihg ?

Het kon de aandacht niet ontgaan, dat de zoetheid der saccharine aan velen besliste walging inboezemde, en ook andere klachten werden vernomen. l»at leidde tot vele, proefnemingen over de werking der saccharine in maag en darmkanaal van menschen en dieren.

Een reeks van onderzoekingen, ingesteld door geleerden in Duitse lilaud en Frankrijk, zou men kannen aanhalen, doch wij behoeven niet zoo ver van huis te gaan.

De invloed van saccharine toch. is nauwkeurig nagegaan door wijlen den Groningsehen hoogleeraar I'. C. I'lugge (7 te Buitenzorg op Java, 29 Juni 1 iS'.'T), een uitnemend onderzoeker en een onafhankelijk geleerde. l[ij deelde in den. jaargang 1888, Dl. II, Mz. 5t>9—573 van iiet Xed. Tijdshr. voor Geneeskunde de resultaten zijner uitvoerige onderzoekingen mede ter toelichting van de volgende vragen: 1. oefent saccharine invloed uit op de spijsvertering (digestie) in den mond, 111. a. \v. stoort zij de omzetting van zetmeel (amyluin) door het speekselferment: ptyaline? 2. bestaat er een storende invloed op de maagdigestie, op de omzetting van eiwitstoffen in peptonen door liet ferment van het maagsap: pepsine ? 3. heeft saccharine invloed op liet digestieproces in den darm, of wel meer bepaaldelijk op: a. de trypsine-werking en b. op de sacchariliceerende werking van het pancreassap V Uit al zijne proeven, met kleine hoeveelheden volmaak' zuivere saccharine genomen, bleek nu, dat deze stof de spijsvertering, zoowel in mond, maag, als darm, belangrijk vertraagt. Zelfs een zéér gering gehalte saccharine heft de oplossende werking van het speeksel op zetmeel geheel en al op ! Het is. of men zijn brood ongekauwd naar binnen slokt. En waar vooral voor de lijders aan suikerziekte de saccharine meermalen een „uitkomst"' werd genoemd, voegde prof. Plagge aan zijn artikel de waarschuwing toe, dat hij juist voor die patiënten, welke zooveel van hun digestie-apparaat hebben te hopen, maar ook te eischen, voor wie een krachtige spijsvertering van zoo groot belang is. het gebruik van saccharine zéér bedenkelijk achtte. Doch ook aan tal van andere personen, die moeite hebben hunne zwakke spijsvertering te verbeteren, of eene goede digestie te behouden, moest hij het gebruik beslist ontraden. -Ondanks de vele opgaven over de onschadelijkheid van saccharine". zoo schreef prof. Plugge, „komt het mij voor, dat men aan de ongunstige ervaringen van onderzoekers als Worms, Dujardin-Beaumetz e. a. sreen gering gewicht moet hechten. 1111 het ook bij het onderzoek buiten het lichaam blijkt, dat die stof de digestie inderdaad belemmert"'.

Vele andere geleerden hebben dit ongunstig oordeel over saccharine

Sluiten