Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigd. Vooral Prof. von Jaksch deed zulks, ook de beroemde giftkenner Lewin. (Zie Aant. 1). Een Oostenrijksch onderzoeker, Stift, en later Raslikovitsch, die tal van proeven nam. kwam zelfs tot liet oordeel, dat de saccharine volkomen uit den handel diende geweerd te worden. Cantani beschreef het gevoel van ouwelzijn, dat vaak zelfs na gering saccliarinegebruik optreedt. Een ander bekend onderzoeker, Stutzer, wees vooral op het feit. dat saccharine het maagsap onwerkzaam maakt; ook Salkowsky vond een schadelijken invloed op de pepsine-werking. De nieuwste onderzoekingen zijn die van Stoklasa (1904) en van v. Fujitani (1905). De eerste noemt saccharine een specifiek vergift voor de spijsvertering, ongeschikt vooral ook voor diabetes-lijders, omdat het de bij hen toch reeds verzwakte enzyme-werking in pancreas en spieren stoort; de laatstgenoemde bewijst door proefnemingen, dat saccharine zell's in eene verdunning van 1-100000 de spijsvertering vertraagt.

Voor eeniare jaren trouwens had de arts l)r. K. Bornstein, den arbeid van wijlen pref. Plugge hervattend, wederom liet bewijs geleverd, dat door saccharine de vertering en resorptie van 't voedsel benadeeld, en zelfs het arbeidsvermogen verminderd wordt. Inderdaad is er een ervaringsfeit, dar prof. Plngge's ongunstig oordeel volkomen bevestigt. Lijders aan suikerziekte n.1. klaren niet zelden, niet alleen dat hun de saccharine weldra walgt, maar dat zij ernstig de spijsvertering schaadt. Het

is de ervariux van vel-n. van artsen en leeken. Ook ik kon dat eenige malen in mijn oiuuwing waarnemen: na een paar maanden saccharine als zoetmakeml midd'-l gebruikt te hebben, pleegt de diabeticus zijn tabletjes geheel aan den kant te doen, of wel hij beperkt t gebruik tot het hoogst nooditre. Daartegenover staat dat andere lijders, blijkbaar met sterker magen, ni:t in die mate over de saccharine klagen.

Het feit is in medische klingen bekend, zoolang als de saccharine bestaat, en wijst er in ieder geval niet op, dat die stof op den duur als genotmiddel voor allen voldoet. Het is dan ook de reden, dat de iransclie gezondheidsraad reeds 17 jaar geleden een zeer ongunstig oordeel velde over Sucre de Itouille als suiker-surrogaat. 2)

Wij zien dus, niet alleen dat saccharine nooit ofte ■immer als voedingsmiddel is aanbevolen of verdedigd, doch dat ook het gebruik als genotmiddel aan ernstige bezwaren onderhevig blijft. Dan rijst de nieuwe vraag: heeft die digestie-storende stof wellicht nog andere nadeelige eigenschappen'?

Is saccharine een vergift ?

Er zijn velen, die deze vraag ontkennend beantwoorden, en zij beroepen zicli daartoe ten eerste op de ervaring, dat men in de praktijk zelden of nooit van ernstige rsaccliarine-vergiftiging' heeft vernomen, en ten tweede op het feit, dat men bij proefdieren alleen dan eene doodelijke werking waarneemt, indien er ongeëvenredigd veel dezer stof wordt toegediend.

Noch het een, noch het ander, kan echter een afdoend antwoord geacht worden op de vraag: of saccharine als consumtie-artikel op den langen duur werkelijk areheel onschadelijk genoemd mag worden'?

Dat men zich met saccharine niet vergiftigt als met Pruisisch zuur, welnu, dat vindt geen tegenspraak. Maar een zwakker gift kan daarom toch óok wel schadelijk zijn. Eenmaal, in Praag, is in 1902 een geheel huisgezin door overmatig saccharine-gebruik ziek geworden, en stierf er

Sluiten