Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans werd ook de 2de predikant aan de commissie toegevoegd 0111 de zaak bij de Heeren van liet Hof in te leiden, toe te lichten, aan te bevelen.

Den 2iI<,h Juli 1733 kon in de Vergadering mededeeling worden gedaan van het heugelijke feit, „dat haar Edele Grootmogende Heeren Staten van Holland en Westvriesland op ons overgeleverde Hequest goedgunstelijk hebben verleend Octroy tot opregtinge van een Huys voor ouderlose weesen en arme oude Ledematen onser gemeente alhier, met vrydoni van alle des gemeene Lands impositien over de consumptien dewelke tot onderhoud der voorsegde ouderlose Weesen en arme oude Ledematen in 't voornoemde Huys sullen worden geconsumeerd, dog niet buyten 't selve Huys; verders niet alle sodanige verdere vrijheeden als de publique Godshuysen van de gereformeerde religie genieten".

In dit verband moet ik even melding maken van een belangrijke samenspraak gehouden door de gecommitteerden onzer Gemeente met enkele leden van het Hof. Toen den Heeren na het verleende Octrooy dank werd gezegd voor hun goedgunstigheid, werd „door den Heer Graaf van Wassenaer Obdam, als lid der Ridderschap, den lieer van Catwijk als pensionaris der stadt Schoonhoven, en den Heer van Normandie als pensionaris van Schiedam, aan onze gecommitteerden, hoewel voor hun particulier gerecommandeert en versogt, dat wij dese aan onse kerk beweesene gunsten mogten bekent maeken aan de Duijtse vorsten van onze religie, opdat deselve daardoor mogten worden bewogen tot meerder gunstbewijsinge aan de gereformeerden, en wel particulier aan de stad Frankfurt ten cynde deselve meerdere moderatie gelieve te gebruijken omtrent de gereformeerden, ende wel voornamentlijk (seyde de Graaf van W assenaer) ons best souden doen ten voordeele van de godsdienstoefeningen der gereformeerden in 't Huys van den Graaf Degenvelt".

Natuurlijk waren onze Lutheranen hiertoe onmiddelijk bereid en onze vroede vaderen blijkbaar doordrongen van

Sluiten