Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet heeft laten varen, ook oin met erkentelijkheid te gedenken, wat de vrome, vroede vaderen in Gods naam en in Zijne kracht hebben weten tot stand te brengen, en dat met aanvankelijk geringe middelen ?

Was het niet een werk des geloofs, een openbaring van waarachtigen Christenzin, een getuigenis van de macht deiChristelijke liefde?

Ik mag in dit uur niet te veel vragen van uwe belangstellende aandacht, waarde feestgenooten ! V'eel moet ik, zij het dan ook noode, voorbijgaan. Toch nog enkele grepen uit het verleden mogen mijn werk aanvullen.

We verplaatsen ons in gedachten 2 jaar later, in 1736, toen er uitzicht kwam op vervulling van den lang gekoesterden wensch, liet bezit van een eigen huis. Voortdurend worden pogingen aangewend, ook buiten den Haag, om de Leden der Luthersche Kerk gunstig te stemmen voor de zoo vurig begeerde instelling, o. a. in Amsterdam, waar veel geld aanwezig schijnt te zijn geweest, en waar men van alle kanten blijkbaar kwam aankloppen om steun. De Heeren in Amsterdam zwichtten niet voor de dringende beden uit den Haag en hielden, aanvankelijk althans, de hand op de beurs.

Intusschen maakte men in den Haag voortgang met de samenstelling der Reglementen. Een definitief Weeshuis bestuur werd gekozen en eindelijk den 27s,en Sept. 1736 in de Vergadering der Consistorialen de „coopbrief voorgeleesen van een Huys en Tuyn staande agter het tuchthuys". De koopsom bedroeg 800') gulden. Het huis werd zonder groote kosten tot Wees- en Oudeliedenhuis ingericht en waarschijnlijk nog in dat zelfde jaar door de verpleegden betrokken.

Den lstcn Xoi\ 1736 werd aan het college van Regenten een viertal Regentessen toegevoegd en uit een groot aantal zusters der Gemeente daartoe gekozen, juffrouw Koepel, de Weduwe Dames, juffrouw Tinne en Rouwenhof. Aangezien echter

Sluiten