Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om aan eeuwige ellende te ontkomen en eeuwig heil deelachtig te worden.

De liefde voor de predikantsbetrekking onderging menigmaal een koud waterbad. De goede traditiën van de pastorie, waarvan vele predikantszonen te recht met. zooveel piëteit kunnen spreken, heb ik niet gekend. Mijne jongere broeders en zusters hebben later wel eens met eenige verbazing gevraagd, waarom ik zoo ver van den weg was gegaan, den weg der handelsfamilie, en — predikant was geworden. Daar moest, zoo onderstelden zij, toch wel iet* bizondei- gebeurd zijn, anders deed men zoo niet. Ik overdrijf niet, wanneer ik verklaar, dat ik vaak door de spitsroeden heb moeten loopen om het „dominéschap". In den kring van het ouderlijk huis en daar buiten werden de eigenaardigheden, de hebbelijkheden, de gebreken van den predikantenstand onverholen genoemd en onbewimpeld afgekeurd, al maakte men zich niet altijd schuldig aan generaliseeren en al werden fatsoenlijke en beschaafde predikanten met veel gastvrijheid ontvangen.

Het aanstellerige, het gemaakt-deftige, het mooidoenerige, het theatrale, het eenzijdige, het zelfgenoegzame — 't was ook wel bij andere menschen aanwezig — maar men duldde dit 't allerminst in de predikanten. Al oordeelde men over de personen niet altijd hard, het werk van den predikant werd steeds aan een scherpe kritiek onderworpen. vooral bet preeken.

Toen ik nog maar enkele jaren predikant was en af en toe 't ouderlijk huis bezocht. waren er te Dokkum twee niet onverdienstelijke predikanten, bijna van mijn leeftijd, iets ouder. De een was een ijverig leeraar, de ander stond bekend als een begaafd redenaar en was tevens journalist en letterkundige. Of zij beiden zich altijd even ernstig hebben voorbereid voor hun werk? De een gaf zicli nog al eens over aan bespiegelingen op den preekstoel en 't was bekend dat hij, vooral op den

Sluiten