Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de hier omschreven taak van den predikant komt voor mij binnenkort een einde. Ieder weet dat ik om meer dan één reden niet lang meer kan of mag blijven. Gelukkig dat hier alleen de gezegende Plicht bestuurt, regeert, den weg wijst. Dan komt men nooit verkeerd uit. Plicht en Liefde, als deze twee groote machten ons leven bewegen en besturen, dan hebben wij niet te vreezen. Wie van beiden te gehoorzamen, als ze met elkaar in botsing komen? Is er strijd, dan hapert er iets aan het juiste gevoel van plicht of aan de zuiverheid en hoogheid van on/.e liefde. Want deze twee zijn één en de mensch mag niet rusten vóór hij ze in zijn eigen leven tot éénheid heeft gebracht.

Ik hoop steeds te blijven luisteren naar des dichters woord: „Houd u den slaap des doods uit d'oogen, door werkzaamheid". Doch dat werken zal ik hier over eenigen tijd moeten staken en elders voortzetten. Nu of niet. Stel ik lang uit, dan is het te laat. Familiebanden binden mij hier en trekken mij naar elders. Doch dat zal zoo blijven, waar ik ook moge heengaan en waar mijne kinderen zich ook vestigen. Want die banden kunnen tot geen prijs verbroken worden. Mijne kinderen zullen volgaarne erkennen dat zij aan mij een en ander te danken hebben. Maar ik heb aan hen ook veel te danken, meer dan zij zeiven weten. Dat geMt zoowel de aanwezigen als de afwezigen.

Afscheid neem ik thans niet. Doch omdat velen uwer eene gedachtenisrede verwacht hebben, heb ik op deze wijze gesproken. Ik heb een vermoeden dat ik geen afscheid, althans geen officieel afscheid nemen zal. Door zoo te doen zal ik mij zei ven sparen en — dit weet ik — velen uwer ook. Daarom grijp ik deze gelegenheid aan om nog 't een en ander te zeggen en u allereerst openlijk warmen dank te betuigen voor veel belangstelling, veel sympathie, veel medewerking, veel vriendschap.

Sluiten