Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doze een zekere vrees, wat zijn reden daarin vindt, dat de inensehelijko daden veelal afhankelijk zijn van goden en gezag, welke de vrije dieren niet kennen.

In mijn zaai komen de arbeiders hunne belangen bespreken, teneinde een hap brood mror van anderen te bedingen. En in de booinen, bij inijn huis, zitten spreeuwen. De menschen, in don regel opgewonden en ontevreden over anderen, wien zij desehuid geven van hun ontberingen, omdat zij zeiven den moed niet bezitten om van den voorraad datgene te nemen wat zij behoeven, en liever wachten op bedeeling door anderen. De spreeuwen daarentegen keuvelen of zingen met elkaar.

Des morgens met zonsopgang of eerder, strompelen de menschen brommend en zuchtend naar hun werk. Spreeuwen zingen eerst een poosje, om dan in groepen ol afzonderlijk er op uit te trekken, teivinde hun onderhoud te gaan zoeken.

/ij vragen niet, wien dit of dat behoort, en evenmin, ot zij al dan niet mogen nemen. Zij eten uit de voorraad wat zij noodig hebben en verzadigd komen zij terug en verzamelen zich naar hun keuze. Men staat dan ook verbaasd over hun opgeruimdheid, gekweel (hun taal) en gezang. Enkele groepen. misschien jongen, vermaken zich dan nog met vliegtochten over huizen eti hoornen, daarna nog eens zingen, en dan hoort men niets meer. Zij zijn allen in de rust, tot s morgens vroeg, om weer zingend op te staan.

\\ ordt het hun hier te koud, of raakt de voorraad op. dan gaan zij naar een aannemelijker plaats, zonder te vragen naar verlofpas, grenzen of eigenaar. Zij weten zich dus aan te passen aan de omstandigheden.

Dan moet men ze des voorjaars zien, bij hun terugkomst als ze gaan paren, en ten behoeve daarvan een geschikte plaats nemen en hoe ze die verdedigen. Meermalen heb ik opgemerkt hun inbezitneming van nog niet in gebruik zijnde hokken in een duiventil. Eenmaal aanvaard, zijn twee of meer duiven niet instaat, een kleinen spreeuw te verwijderen. Deze toonen dan een onuitputtelijkeu moed en kracht, waardoor zij het

Sluiten