Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een tweede eisch, waarbij de resultaten van het onderwijs ten sterkste betrokken zijn, is die in 54bis al. 1, 3o, dat als voorwaarde voor het verleenen van subsidie aan bijzondere seholen stelt, het geven van onderwijs gedurende ten minste '20 uren per week. Aan de openbare seholen worden overal meer uren aan maatschappelijk onderwijs besteed, een aantal van 25 uren mag als regel gesteld worden. Wel geeft men in de bijzondere scholen, voor zooverre zij een kerkelijke kleur hebben, ook onderwijs in den godsdienst, doch ook aan de leerlingen der openbare school wordt de gelegenheid om dat te ontvangen niet onthouden ; art. 22 schrijft uitdrukkelijk voor, dat daarmede lij de regeling der schooltgden rekening gehouden moet worden. Waar nu in een gemeente meer dan 20 uur maatschappelijk onderwijs noodig wordt gracht, te geven door onderwijzers, die bij ten minimum salaris, hetzelfde loon ontvangen als hun collega's aan de bijzondere school, mag men eischen, dat het aantal uren maatschappelijk onderwijs, gegeven aan de bijzondere school in die gemeente, even groot zij.

Art. 21 moet daarom toepasselijk verklaard worden op de bijzondere school, behalve uit een oogpunt van billijkheid, na gemeente- en schoolbesturen ook in andere opzichten gelijk gesteld worden, is dit noodig in het belang van de eenheid bij het onderwijs. Overgangen van het bijzonder naar het openbaar onderwijs in dezelfde gemeente komen voor en zullen blijven voorkomen, zoolang de bijzondere school het recht behoudt één of meer harer kerlitgen te verwijderen, hetzij omdat deze de schoolorde ernstig verstoren, hetzij omdat hun aanwezigheid het aanstellen van een nieuwe leerkracht of uitbreiding van het schoolgebouw noodig zou maken. En wederkeerige uitwisselingen zullen plaats hebben, zoolarg er ouders zijn, die, uit welke o*erweging dan ook, hun kinderen van de openbare school naar de bijzondere zenden en omgekeerd.

Eeriheid van leerplan voor dezelfde omgeving is dus noodig en die eeuhtid kau worden verkregen, iiidien bepaald wordt, dat de districtsschoolopziener zijn goedkeuring moet hechten aan de zaken genoemd in art. 21 voor allo scholen in zijn district.

Mochten er bezwaren bestaan tegen het toezicht op de te gebruiken boeken , dan zg hier herinnerd aan de inmenging van het rijkstoezieht , door de wet noodig geacht op de keuze vun boeken door het hoofd der optnbare school en de gotdkeuring daarvan door Burgemeester en Wethouders ; waar die noodig is met het cog op ele voorschriften in art. 33 , mag zij niet overbodig geacht worden bij de keuze van boeken door de hoofden der bijzondere scholen en de schoolbesturen, met het oog op de voorschriften in art. 53.

Sluiten