Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de toespraak, welke ik, als Eere-Voorzitter van de Christelijke Werkliedenvereeniging „Maarten Lutiier", op haar tweede Jaarfeest hield, in het Jaarverslag was opgenomen, werd de wensch geuit dat zij ook afzonderlijk, in ruimeren kring zou worden verkrijgbaar gesteld.

Aan dit verlangen wordt door deze uitgave voldaan.

Niet omdat verrassend nieuwe dingen er in worden gezegd. Wat zij, vooral in de twee eerste deelen bevat, zal voor degenen die het maatschappelijk vraagstuk hebben bestudeerd, niet onbekend zijn.

Niet allen echter zijn daartoe in de gelegenheid en zij, die de uitgave wenschten, meenden dat zij voor dezen van eenig nut kon zijn, dat zij ook voor onze kerk, in de eerste plaats voor de werklieden onder hare leden, een zegen zou kunnen brengen; en dat zij zou kunnen strekken om de vereeniging meer bekend te maken en te doen waardeeren.

Dat dit waar moge blijken is mijn vurige wensch en bede, en ik beveel mijnen eenvoudigen arbeid daartoe Hem aan, van Wien alleen die zegen komen kan.

Amsterdam, Augustus 1900. P. v. VV.

Sluiten