Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o. dat ik eene commissie van collega's hier te lande verdacht maakte,

4o. dat Duitsche militairen na herhaalde vaccinatiën en revaccinatiën toch pokken kregen,

5o. dat ik schouderophalend zou hebben gezegd, met het oog op het onderzoek der lymphe kalveren op tuberculose: „Wij weten wel, wat dat beteek ent", of iets dergelijks, dat al deze beweringen, niet slechts wat den w oordel ij ken inhoud maar ook wat hun zin en beteekenis betreft, in vierkanten strijd zijn met de waarheid. M. de R.! niet dan met moeite houd ik hier een krachtiger uitdrukking in de pen !

Ik tart den heer v. d. B. zijne woorden waar te maken: en stel tot dit einde mijn geschreven lezing, dagelijks ten mijnen huize voor hem, en voor iedereen, ter inzage.

Mijn dank, geachte Redactie, voor de opname van deze regelen.

JOH. P. SCHOUTEN.

Bolnes, 24 Febr. 1903.

Ziedaar de tweede quaestie !

Zij wordt onmiddellijk gevolgd door eene . . . ademlooze stilte! Geen repliek in de couranten! Geen tegenspraak . . . ook geen waarmaken van wat zwart op wit aan beschuldigingen was neergeschreven.

Geen gerucht dringt uit het kamp des tegenstanders tot mij door ! Wél wordt,.. nauw hoorbaar . .. gefluisterd, dat een paar getrouwen ... condoleerend ... den heer v. d. Bijllaardt, den verre van ongegronden raad gaven, dat gevaarlijke schrijven maar te staken. Langs dien weg zou het toch niet lukken — zich te redden... maar ... wie weet... zij reddeden hem nog ... misschien !

Sluiten