Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stander is van de vaccinatie."

Tot zoover mijne lezing. —Ik ken leeken, die naar deze passage beter geluisterd en haar beter begrepen hebben dan de vaccinatie-deskundige v. d. Bijllaardt. Mijn vriend, Ds. C. Lindeboom, maakte onlangs eene opmerking, die ik gaarne ter ernstige overweging aan den heer v. i>. Bijli.aaedt wil aanbieden. „Men zegt", zoo ongeveer luidde de opmerking, „dat de liefde blind maakt. Is u misschien iets er van bekend, dut zij somwijlen ook de </eftoorzenuwen aantast?"

V. Onwaar is, ten slotte, dat ik met verdachtmakend schouderophalen zou hebben gesproken over het onderzoek der kalveren op tuberculose ... AVoordelijk zeide ik : „Ik vraag alweer: waar is de wettelijke bepaling, die dit onderzoek gebiedt voor elk kalf en ... is het niet-viuden van tuberculose ook bewijs, dat er geen tuberculose is ?"

Of ik kan instaan voor de waarheid mijner uiteenzettingen? In alle opzichten! De voorzitter van den Raad van Eer in hoogst eigen persoon is mijn getuige, dat ik mijn geschreven lezing onmiddellijk heb gedeponeerd op de studeerkamer van Ds. Lindeboom : vanwaar ik haar niet heb teruggenomen dan na waarmerking van iedere pagina. Ik deed dit om de liefelijke veronderstelling te voorkomen, als zou ik soms gauw eene andere lezing gemaakt hebben. De kromme sprong van Ds. Smeding, waarmee deze beoogde de redding-a-tout-prix van Dr. v. n. Bijllaardt en die bestond in de redeneering: dat ik wel iets anders kon gezegd hebben dan er op papier stond, ook deze salto-mortale baat niet. Het verband geeft al te duidelijk aan, dat ik niet anders heb kunnen zeggen, en bovendien ... ik ben, sprekende, waarlijk al te zeer aan mijn geschreven woord gebonden.

De onpartijdige lezer oordeele: of ik niet het recht heb staande te houden, dat Dr. v. n. Bijllaardt publiek in de N. R. Ct. onwaarheid heeft doen drukken, met zijn naam onderteekend;

of ik niet het recht heb, van hem te blijven eischen, dat hij zijne woorden waar male of intrekkc;

of ik niet het recht heb. de uitspraak van den z.g. Raad van Eer te deponeeren ... in mijn prullemand.

En nu, mijne heeren eererechters, mijn laatste woord geldt U !

Sluiten