Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzer Staten-Generaal een weinig bijhoudt, zal daarin hebben gelezen, dat bij de jongste beraadslaging over de begrooting van den minister van justitie daarover reeds het een en ander werd gezegd. De heer van Doorn, die ook verleden jaar reeds op dit euvel wees, maakte er den minister van justitie op attent dat nu reeds (d. w. z. in Nov. 1906) pleidooien aangevraagd voor het hof in Amsterdam, uitgesteld werden tot einde 1907, en de heer Smeenge noemde zelfs begin 1908, zooals men dan ook werkelijk dezer dagen in de couranten vermeld kon zien. Dit nu, Mijne Heeren, is iets ongehoords.

„Rechtsweigering" werd het in de 2e Kamer genoemd en hiermede komt het vrijwel overeen. Ik verzoek U ernstig hier eens even over na te denken. Kan men zich iets onmogelijkers voorstellen ? Een civiele procedure, die voor is, uitgesteld, neen uitgesteld moet worden, een vol jaar, die dus een jaar later opnieuw behandeld zal worden. Is het niet voldoende om alleen om die reden den staf te breken over onze tegenwoordige rechtspraak ? En nu moet men niet denken, dat wanneer na verloop van een jaar die zaak opnieuw voorkomt, dat dan de beslissing zal vallen. O neen, dan wordt weer wat geredeneerd, dan wordt in allen ernst en deftigheid het verschil van rechtskundig oogpunt uit behandeld, om weer misschien om een of andere reden voor een vol jaar van de tafel te verdwijnen. Er is dan eindelijk na heel lang getob de beslissing gevallen, dan is het nog mogelijk dat er hooger beroep aangeteekend wordt en de zaak weer opnieuw wordt behandeld. Rekent men de gemiddelde lengte van een proces, met beroep en nog eens hooger beroep op 2 of 3 jaar, (vele verdwijnen voor dien tijd van den Rol, doordat partijen eindelijk een minnelijke schikking aangegaan zijn), dan durf ik zelfs bij benadering niet te zeggen, hoe lang een proces wel duren kan. Mij dunkt zoo iets van door 3 geslachten heen.

De Minister van Justitie, ondervraagd wist direct geen

Sluiten