Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De keurmeesters zijn personen die den leeftijd van 23 jaar he 'hen bereikt en bij examen voldoende blijken hebben gegeven kennis en geschiktheid te bezitten om keuringen te verrichten.

Dit examen wordt jaarlijks, wanneer zich personen daarvoor hebben aangemeld, afgenomen door zooveel comuiissiën van drie daartoe door Onzen Minister te benoemen veeartsen als door Ons noodig zullen worden geoordeeld.

De voorwaarden om tot dit examen te worden toegelaten, alsme o e ty en de plaats waar het zal worden gehouden, worden door Onzen Minister vastgesteld. Hiervan zal mededeeling worden gedaan in de Staats-Courant.

Art. 3.

De hoofd-inspecteur, en de inspecteurs worden door Ons benoemd, geschorst en ontslagen. Zij genieten een vaste bezoldiging benevens vergoeding VOor reis en verblijfkosten.

Zij oefenen de veeartsenijkunst, niet uit en bekleeden zonder Onze toestemming geen andere betrekking.

Art. 4.

In elke gemeente zullen één of meer keurings-veeartsen of keurmeesters worden aangesteld.

Zij worden op voordracht van Burgemeester en Wethouders, opgemaakt in overeenstemming met den hoofd-inspecteur, door den gemeenteraad benoemd geschorst en ontslagen.

Hun bezoldiging wordt in overeenstemming met den hoofdinspecteur onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten door den gemeenteraad vastgesteld en komt ten laste van de gemeente

Twee of meer aangrenzende gemeenten kunnen zich met inachtnemen van Art. 121 der Wet van 29 Juni 1851 (St.bl. 85) vereenigen tot het aanstellen van een of meer gemeenschappelijke keurings veeartsen of keurmeesters.

Bij voorkeur zullen keuringveeartsen moeten worden aanesteld.

In gemeenten waar mepr keurings veeartsen of keuringsveeartsen en keurmeesters zijn aangesteld, zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd uit de keuringsveeartsen in overleg met den inspecteur een hoofdkeuringsveearts aan te stellen.

Art. 5.

Ingeval van schorsing, ontslag of ontstentenis van keurings-

Sluiten