Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en -ondergang binnen te treden met inachtneming der wet van 31 Augustus 1853 (Stbl. 83).

Abt. 10.

De inspecteurs, de keurings-veeartsen en de keurmeesters zijn bevoegd, van overtredingen der wetten en verordeningen betreffende de keuring van en het toezicht op het vee en vleesch, proces-verbaal op te maken op den eed bij de aanvaarding hunner bediening afgelegd.

De processen-verbaal opgemaakt door een inspecteur worden rechtstreeks, die welke door een keurings-veearts of een keurmeester zijn opgemaakt door tusschenkomst van den Burgemeester der gemeente waarin de overtreding is geconstateerd aan het Openbaar Ministerie toegezonden.

Akt. 11.

De inspecteurs houden toezicht op den dienst der keuring in de provincie of provinciën waarvoor zij zijn aangesteld en op de handhaving der wetten, verordeningen en voorschriften betreffende de keuring van het vee en het vleesch.

Hun werkzaamheden worden bij instructie door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken geregeld.

Art. 12.

De werkzaamheden en de dienstregeling van de keurings-veeartsen en de keurmeesters worden bij instructie door Burgemeester en Wethouders in overleg met den inspecteur vastgesteld.

Art. 13.

De Burgemeester zendt maandelijks eene opgave van de keuringen in zijn gemeente verricht aan den inspecteur, die deze doorzendt aan den hoofd-inspecteur.

Jaarlijks geeft de hoofd-inspecteur vóór den lsten April aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken een verslag van de werkzaamheden en bijzondere voorvallen betrekking hebbende op de keuring over het afgeloopen jaar.

Art. 14.

Onze Minister van Binnenlandsche Zaken geeft Ons jaarlijks

Sluiten