Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verslag van de bevindingen en handelingen betreffende de keuring van het vee en vleesch.

Dit verslag wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal medegedeeld en door den druk openbaar gemaakt.

§ 2. Van de Slachtplaatsen en van (le plaatsen waar vleesch wordt verkocht, geborgen of verwerkt.

Akt. 15.

Het slachten van vee als bedrijf is alleen geoorloofd in van gemeentewege daarvoor aangewezen of goedgekeurde openbare slachtplaatsen of in door het gemeentebestuur goedgekeurde particuliere slachtplaatsen.

In gemeenten met ten minste 10000 inwoners, of in gemeenten waar de uitvoering dezer wet zulks noodzakelijk maakt, zullen openbare slachtplaatsen worden opgericht, met gelijktijdig verbod op andere plaatsen in de gemeente te slachten.

Uitzonderingen hierop kunnen door Onzen Minister in overleg met Gedeputeerde Staten worden toegestaan.

Art. 16.

Twee of meer gemeenten kunnen zich onder inachtnemen der wet van 29 Juni 1851 (Stbl. 85), vereenigen tot het oprichten, van een openbaar slachthuis.

Over de voldoende ruimte en inrichting van openbare slachtplaatsen in een gemeente wordt door Onzen Minister, gehoord de hoofd-inspecteur, beslist.

Art. 17.

Het gemeentebestuur is bevoegd voor het oprichten, hebben en gebruiken van particuliere slachtplaatsen, penserijen, vilderijen en plaatsen waar bloed, vet en dierlijken afval worden geborgen of verwerkt, vergunning te verleenen en daaraan in het belang der openbare veiligheid en gezondheid voorwaarden betreffende de wijze van inrichting, ruimte en reinheid te verbinden, met inachtneming der wet van 29 Juni 1875 (Stbl. 95) (Hinderwet).

De aan de vergunning te stellen voorwaarden worden in overeenstemming met den hoofd-inspecteur in deze wet bedoeld vastgesteld.

Sluiten