Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waartoe de gemeenten volgens de art 179/ en 150^ der in dit artikel genoemde wet bevoegd zijn, zooal niet geheel dan ten deele kunnen voorzien in de kosten op de keuring vallend.

In gemeenten van groote uitgestrektheid met een zeer verspreid wonende veehoudende bevolking en een kleine kom zou het gemeenschappelijk handelen zoodanig kunnen worden geregeld, dat gedeelten van een uitgestrekte gemeente met het keuringsgebied van aangrenzende gemeenten werden vereenigd. Zoo noodig zou bij verschil van gemeenschappelijk overleg tusschen aangrenzende gemeenten de beslissing omtrent de aanwijzing van liet keuringgebied der keuringsveeartsen of keurmeesters aan de Commissarissen der Provinciën kunnen worden overgelaten.

Art. <i.

Het zal noodig zijn in verband met de bij art. 4 geldende bezwaren, zoowel in het belang der gemeenten als ook in dal van de betrokken ambtenaren, bijzonder worden hier de keurmeesters bedoeld, dat deze andere betrekkingen mogen bekleeden, mits die niet in strijd zijn met de als ambtenaar te vervullen plichten.

Art. 8.

De in dit artikel omschreven bevoegdheden zullen noodzakelijk zijn voor een goede coutröle op de keuring.

Art. 15.

Het zal uit den aard der zaak noodzakelijk zijn dat op de particuliere slachtplaatsen ook toezicht worde gehouden en de door de gemeentebesturen te verleenen vergunning tot het oprichten van slachtplaatsen aan de goedkeuring van den hoofdinspecteur worden onderworpen.

Een belangrijke bepaling in een wettelijke regeling der keuring is zeker de alinea van dit artikel.

In de lste alinea wordt de mogelijkheid aangenomen dat openbare slachtplaatsen door particulieren hetzij een enkel persoon of wel maatschappijen, vennootschappen of andere vereenigingen waarbij meer deelnemers belang hebben, worden opgericht.

Die mogelijkheid kan ten goede komen aan het oprichten van centrale openbare slachtplaatsen en het is daarom aan te bevelen

Sluiten