Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen den H. Stoel en de bedoelde mogendheden. En uit liet jongste geschrift over deze quaestie spreekt eenzelfde meening. Het is van de hand van Mgr. Griobbio, professor in de geschiedenis, de diplomatie en het kerkelijk recht aan de academie voor geestelijken van adel te Rome. De schryver verklaart, dat de H. Stoel het voortbestaan van het recht van veto niet langer zou kunnen dulden, daar de Regeeringen der drie groote katholieke mogendheden in haar tegenwoordige wetgeving aan het katholieke geloof ontrouw zijn geworden, door het atheïsme en de onverschilligheid op godsdienstig gebied van den Staat af te kondigen. Hier wordt dus erkend dat in het verleden een recht van veto geduld is. Daarentegen zegt Sagmuller (Die Papstwahlen und das staatliche Hecht der Exclusive, Tiibingen 1892) beslist: „In einem Rechte wurzelt die Exclusive so wenig, das Grregorius XV in der Bulle Aeterni Putris die Exclusive beseitigt hat. Aber auch schon vorher hatten die Papste, nur nicht direct und unmittelbar die Exclusive verworfen. Rechtssiitze iïber die Exclusive sind nicht vorlianden." De warmondsche hoogleeraar Dr. Vlaming schaart zich in zijn Institutiones Juris Ecclesiastici aan de zijde van hen, die een »efo-recht ontkennen. In deze exclusiva" zegt hij, „mist men die vereischten, welke noodig zijn om een wettige gewoonte te scheppen. Vooreerst: de redelykheid (rationabilitas), omdat de exclusiva in strijd is met de vrijheid der Kerk, die voor deze kerkelijke handeling van het hoogste gewicht krachtig moet gehandhaafd worden. Vervolgens: de stilzwijgende toestemming van den wetgever (consensus tacitus legislatoris). Want, om van de Constitutie van Grregorius XV nu eens niet te spreken — zoowel in de Bulle Apostolatm Officium van Clemens XII (1732), als in de geheime Bullen van Pius IX komen uitdrukkingen voor,1 die een besliste afkeuring van den wetgever duidelijk inhouden. Ja zelfs

• Pius IX zegt bijv. »met volkomen uitsluiting en afwering van elke tusschenkomst eener wereldlijke mogendheid, van welken aard of graad ook."

Sluiten