Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

olie mee terug, de laatste alleen reeds f 480.000 waard. In 1801 beliep dat reeds 6000 ton, die voor 2 millioen gulden werden van de hand gezet en vonden meer dan 100 schepen daar in onzen wintertijd werk en winst. Cook's reis die f 240.000 kostte, had dus ook practisch Engeland een mooie rente opgebracht. Helaas verhinderden ue algemeene oorlogstijden de andere landen van Europa hun aandeel in dit voordcel te komen opeischen en gebonden aan de hoofdeischen van hun reeders, gaven de tochten dier robbenvangers voor de wetenschap geen directe winst, terwijl de Engelsche regeering voor reizen naar het Zuidland schepen noch geld beschikbaar had.

Maar de fakkel van belangstelling voor het Zuidland is na Cook nooit meer geheel gedoofd geworden en de eerste, die in zijn schaduw kon staan was een Engelsch koopvaardijkapitein William Smith. Varende tusschen (Montevideo en Valparaiso, heeft hij in 1819 bij kaap Hoorn Zuidwaarts aanhoudend op 62° 40' Z. B. en 60' W. L. zeker een eiland gezien. Helaas zijn waardevolle lading maakte verder onderzoek onmogelijk, maar nog in hetzelide jaar keerde hij weer, plantte de Engelsche vlag op de Zuid-Shetlands, genoemd naar de op gelijke breedte in het Noorden gelegen eilandengroep, en de Britsche admiraliteit aanvaardde met vreugde dit nieuwe station voor de Zuidvaart, te midden van een robbenrijke zee.

Als eerste mededingers der Engelschen waren hier intusschen in het begin der 19Je eeuw de Amerikanen verschenen, die weldra hun oudere broeders ook hier overvleugelden. Vooral de kleine zeestad Stonington in Connecticut, een brandpunt van robbenvaarders, kwam bij het onderzoek in den Zuidlandgordel naar voren. De zeekapiteins Palmer, Powei.l en Morreü. maakten door ontdekking van naar hen genoemde eilanden hunne namen hier onsterfelijk en de Amerikaan Pendleton zou het eerst het eigenlijke Zuidpoolland aanschouwd hebben, een eer, die later ten onrechte aan Palmer is gegeven, want Palmerland is thans opgelost in een der vele eilandgroepen, die het eigenlijke Zuidland omgeven. In 1826 maakte het Zuidland zijn eerste slachtoffers: kapitein R. Johnson ging

Sluiten