Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des wouds, drie dooden, vroeger huns gelijken, thans naakt en half verteerd, uit hunne graven, in welke toevallig de paarden der levenden gestruikeld waren, zich ophieven, om hen, te midden van het genot hunner grootheid, den jammerstaat te doen aanschouwen, in welke al hunne magt en rijkdom geenszins beletten zouden, dat zij ook eerlang vervielen."

Deze legende is herhaalde malen en op evenzoo verschillende wijzen in beeld gebracht. In de St. Maartenskerk te Zalt-Bommel was ze ook op eene muurschildering afgebeeld.

Boven aan de hier besproken schilderij wordt de geschiedenis dezer legende in een zestal strophen van evenzoo vele regels meegedeeld. Ook daarvan is niets meer te lezen, men kan er alleen nog uit opmaken, dat de tekst in het Nederlandsch is gesteld geweest.

Tegen den buitenmuur dezer kapel zien we eene fraaie gepolychromeerde voorstelling van St. Peter en St. Paulus, de eerste met den sleutel, de laatste met het zwaard. Naast hen ligt eene in het zwart gekleede man geknield met boven zich een spreukband, waarop in Gotische letters de woorden: S. petrus et S. paulus orate pro me (d. i. St. Petrus en St. Paulus, bidt voor mij).

Onder deze voorstelling, welke het cachet draagt van den Bourgondischen tijd en vermoedelijk in olieverf is uitgevoerd, bevindt zich een grafschrift, dat echter te geschonden is, om er iets van te maken.

In een nisvormigen spaarboog daarnaast bevindt zich

Sluiten