Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

somming er van kan besparen. Voldoende zij het in herinnering te brengen, dat de Bulgaren een opstand in Macedonië hebben uitgelokt, dat door hunne comité's een verdelgingsoorlog is begonnen tegen de in dat land gevestigde Mohamedanen, Grieken en Turken, die op hunne beurt benden gingen uitrusten en daarbij het oud-testamentisch oog om oog, en tand om tand toepasten. Niets scheen tegen dien verdelgingsoorlog te baten. Geen Turksche expedities, geen hervorming der gendarmerie, geen waarschuwingen der Mogendheden, geen aanstelling van Europeesche commissarissen; alles te vergeefs. Jarenlang is er gemoord, gebrand, gepijnigd en Macedonië bleef aan een gruwelijk terrorisme prijsgegeven. Tot dat door het proclameeren der constitutie in Constantinopel de verschillende benden de wapens neerlegden en quasi zich verzoenden. Aar; den Vorst was die beweging niet onwelkom, omdat ze bezigheid gaf aan de onverbruikte krachten van een jong volk. Er zich tegen te verzetten was gevaarlijk, alleen al door de kans van anders vermoord te worden. Maar met de Mogendheden wilde hij het ook niet bederven en zoo trachtte hij tusschen beiden klippen te laveeren, wat hem als handig diplomaat vrijwel gelukt is.

In 1S98 had hij een bezoek aan den Keizer van Rusland gebracht en was vriendelijk ontvangen. De oude veeten waren vergeten. Dit was niet zonder invloed op zijn positie. De partijen, die hem zoolang als een noodzakelijk kwaad beschouwd hadden, konden niet loochenen, dat hij veel bereikt had en onder zijn bewind het land zich ging consolideeren. Eenmaal erkend, raakte zijn persoon meer buiten het spel der partijen en nam zijn invloed toe. De fracties begonnen zich daardoor meer te bemoeien mei de behoeften des lands en met haar rol op den Balkan, dan met de persoon des vorsten. Zoo kon hij langzamerhand de regeering aan een paar personen toevertrouwen en zijn keuze door de Sobranje laten bekrachtigen. Over één zaak waren allen het eens, te weten over de noodzakelijkheid van een flink leger. En de Vorst, alhoewel geen

Sluiten