Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die een wensch verwezenlijkt zagen,

Door hen al lang gevoed.

Met vreugde toonen ze elkander

Een overheidsdocument,

Door hen zoo pas ontvangen;

De Magistraat erkent

Hun Rhetorykekamer;

Als embleem zal een Pellikaan,

Het kroost met eigen bloed voedend,

Op haar blazoenschild staan,

En als devies „Trou moet blycken";

Dat hadden ze lang reeds bered;

Maar thans is op hun plannen

't Gewenschte zegel gezet.

Zoo staat dan hun stad niet meer achter

Bij zoovele andere steên,

Die al langer of korter bezaten

Zoo'n Kamer, groot of kleen.

Ook van deze — zoo is hun illusie —

Zal uitgaan beschaving en licht;

Door ernst en door boert zal zij wekken

Tot betrachten van deugd en plicht;

Gebreken zullen zij heeklen,

Maar dienen nooit een partij;

De twisten der Kabeljauwen

En Hoeken, godlof, zijn voorbij.

De dichtkunst zullen ze plegen,

Als een nieuw en het nobelste gild,

Sluiten