Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Getrouw aan de treflijke leuze,

Geschreven op hun schild.

Hoezeer gewaardeerd wordt hun streven

Door Haarlems overheid,

Dat melden de privilegiën

In 't stuk hun toegezcid.

Reeds kozen, naar 't voorbeeld van elders,

Ze een Keizer, een Prins, een Fiscaal,

Een Factor, een Vaandrig en Vinders;

Dan zitten ze, kroes en bokaal

Al vullend en leegend lang samen,

Rond de schouw bij 't vlammende vuur,

En drinken en klinken met geestdrift

Op hun werk en zijn levensduur.

Maar wat voor de toekomst zij droomden,

Toch wel niet, dat na vierhonderd jaar

Hun stichting nog zou leven

En hier voor een broederschaar,

Nog zich noemende „Pellikanisten",

Met een Keizer en Prins aan het hoofd,

Door een factor hunner zou worden

Gedacht en hun streven geloofd.

Wat is uit dat streven geworden? Ze hebben ijvrig gedicht,

En was vaak hun dichtwerk gebrekkig, Gewis toch goeds gesticht.

Hun rijmen deden de ronde

Sluiten