Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel menigmaal oor en oog,

En stonden in gunst bij de schare En in die der overheid hoog.

Toen Spanje, moê van de vvorstling,

Voor twaalf jaar staakte den strijd,

Heeft Trou een Spel van Sinne Aan die heuglijke ruste gewijd.

Maar drie jaar te voren reeds bracht zij Aan Haarlem voordeel en eer;

Toen kwamen op haar roepstem Twaalf Kamers van heinde en veer, Tot vreedzamen strijd — ver van Haarlem Was toen reeds het oorlogstooncel — Zij kwamen herwaarts ten wedstrijd; Dat heette toen Landjuweel.

Zij kwamen, honderden mannen,

In heldren Octoberglans;

Voorbij was een heel natte zomer, Een zomer, nog natter dan thans,

Maar zij werden welkom geheeten Door een vroolijke najaarszon;

Onze Hout was de plaats der bijeenkomst, Van waar straks d'optocht begon; Zij weemlen dooreen zich schikkend Terwijl om hen het volk zich verdringt, Tot eindlijk de stoet is geordend,

En het tromsein tot optrekken klinkt.

Sluiten