Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Viel ook Trou door dien ijver aan 't gloeien;

Zelfs deelen de notulen meê,

Men had met den titel van Keizer

En Prins niet langer vreê;

Wijl m'alle prinsen en keizers

Verdelgen wou van d'aard.

Toch heeft voor zulk vandalisme

Gezond verstand hen bewaard.

Was 't niet even dwaas, alsof iemand

Een portret van zijn voorgeslacht

Verbranden zou, wijl het toevallig

Leek op een die hem haatlijk dacht?

Had men dien dweepzieken inval

Den rug niet toegewend,

Trou had als een piepjonge club thans

Voor Keizer een ... president.

Maar zijn zin kreeg niet, wie de Hoofden

Ontprinsen, ontkeizren wou;

Men behield die titels, getuigend

Van den ouden adel van Trou.

En als zulk een kenmerk van adel

Bleef ook het factoraat,

Dat meê als een jaarlijksch getuignis

Van d' aloudheid des stambooms bestaat.

't Was anders niet aangenaam factor

Te zijn in den Franschen tijd,

Toen men „leve de Keizer!" moest roepen.

Aller vrijheidsideeën ten spijt.

Sluiten