Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er waren twee hoofdzaken die de President steeds in 't oog hield, t. w. den Vrede te bewaren, en het plechtig \ erbond met de zusterrepubliek in 1889 aangegaan, na te komen.

De oorzaken die aanleiding gaven tot den oorlog, zijn reeds zoo dikwijls en zoo duidelijk uiteengezet, dat het onnoodig is ze hier verder na te gaan , dan alleen in zoo verre als President Stevn en zijn volk daarmede in verband stonden. Zijn standpunt dienaangaande heeft hij in de aanspraak, waarmede hij de zitting van den Volksraad op 22 September 1899 opende, duidelijk gemaakt. Hij herinnerde er aan hoe, bij de Conferentie te Bloemfontein in Mei, President Kruger zijn stemrecht van 14 jaren tot 7 had willen terugbrengen, en hoe de Conferentie onverrichter zake was uiteengegaan omdat de hooge Commissaris pal was blijven staan bij zijne „wenken , die in werkelijkheid eiachen waren, zonder de minste toenadering te toonen.

Echter was president Steyn in 't belang van den vrede voortgegaan de zusterrepubliek te bewegen om nog meer toe te geven, hetgeen ook geschied was.

Dit laatste hielp niet, zoodat hij nogmaals zijn invloed gebruikte en de Transvaal bewoog aan het 7-jarig stemrecht terugwerkende kracht te geven, d. w. z. dat iemand die reeds 7 jaren in Transvaal had gewoond, dadelyk het volle stemrecht kon krijgen. En bovendien werd ook toegestaan, dat de vreemdelingen nog vier zetels in den A olksraad konden kiijgen.

De President ging ook den verderen loop der onderhandelingen na en toonde aan, dat de zoogenaamde „uitlander" grieven slechts een dekmantel waren, waarondermen de Republieken van hare onafhankelijkheid wilde berooven; en dat het hem duidelijk was geworden dat het nu niet meer een kwestie was die de Zuid-Afrikaansehe Republiek alleen raakte, maar die ook de onafhankelijkheid van den Oranje-Vrijstaat zou vernietigen. Hij eindigde met de woorden: „Wij staan voor de toekomst. Zij is donker. De ure van beslissing is gekomen. Onze broeders aan de overzijde van de Vaal worden met oorlog bedreigd. Hebben zij een rechtvaardige zaak? Zoo ja, wat gaat gij doen?

Sluiten