Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R u y t e r zich van zijn zetel, om een dronk uit te brengen op zijn gasten. Deze stonden op, maar nauwelijks was de toast geëindigd, of daar werden tegelijk alle kanonnen van 't groote schip afgeschoten. Door den hevigen en onverwachten schok buitelden de commandant en de overige landofficieren op en door elkander op 't dek, maar de zeelieden bleven overeind. ,,Zie," zei De Ruyter nadat allen hun plaatsen weer hadden ingenomen, „dit is nu mijn paard!"

III.

De oorlog tusschen Frankrijk en Spanje was ook na den vrede van Munster voortgezet. Deze gelegenheid maakten eenige onzer kooplieden zich ten nutte, door handel in contrabande te drijven op Spaansche havens. De Fransche minister Mazarin schonk daarom kaperbrieven, ten einde dien handel te straffen, doch met 't gevolg, dat ook onschuldige Nederlandsche koopvaarders werden opgebracht. Aldus gingen in korten tijd meer dan 300 schepen verloren. Daar de klachten van onzen gezant te Parijs niet baatten, werd De Ruyter naar de Middellandsche Zee gezonden, waar hij twee kaperschepen vermeesterde (1G57).

Tot zijn verbazing bleek de kapitein dezelfde Franschman te zijn, die hem vroeger zoo edelmoedig had vrijgelaten. Gaarne zou hij thans op dezelfde wijze gehandeld hebben, maar zijn plicht verbood het hem, en de gevangene zelf moest erkennen, dat 't geval nu anders was.

De Fransche regeering eischte teruggave van de schepen en bestraffing van onzen admiraal, doch in plaats van toe te geven, begon men tegen den Franschen handel

Sluiten