Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. De Ruyter had 88 linieschepen en fregatten, 19 branders en 10 adviesjachten ondér zijn bevel, en voerde met Van Nes den middeltocht aan. Op de voorhoede geboden Tjerk Hiddesz. de Vries en Jan E v e r t s e n, die verzocht had de plaats van zijn gesneuvelden broeder te mogen innemen. De achterhoede eindelijk stond onder 't bevel van Tromp en Meppel.

Den 4en Aug. stieten de geweldige scheepsmachten op elkander tusschen Duinkerken en Noord-Foreland. De voorhoede werd 't eerst aangevallen door een groóte overmacht, de beide bevelhebbers sneuvelden, t schip van den vice-admiraal Banckerts, die zelf met moeite gered werd, zonk in de diepte en 't geheele eskader geraakte in wanorde en verstrooid. De Ruyter, die wegens windstilte verhinderd was geworden te hulp te komen, moest nu op zijn beurt den aanval doorstaan van 't grootste deel der Engelsche vloot. Moedig hield hij den strijd vol, tot hij tegen den avond voor de overmacht begon te wijken, hopende dat Tromp weldra tot ontzet zou komen opdagen. Maar ook den volgenden dag verscheen geen redding, terwijl hij met zijn zwaarbeschadigde schepen aan alle zijden door vijanden bestookt werd.

Nu ontbood onze admiraal Van Nes aan boord, om met hem te overleggen, wat in de gegeven omstandigheden 't raadzaamst was. Beiden oordeelden, dat men zich al strijdende moest terugtrekken. „Was ik maar dood! riep De Ruyter in een oogenblik van wanhoop uit. — „Men sterft niet wanneer men wil," antwoordde \ an Nes. — Nauwelijks hadden de beide admiraals afscheid genomen, na elkander trouwe hulp beloofd te hebben, of een kogel sloeg in de hut op dezelfde plaats, die zij

juist verlaten hadden.

Dan de nood werd telkens hooger, en een brander met moeite afgeweerd van de Zeven Provinciën, welke, door

Sluiten