Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woestten 't westelijk gedeelte van Terschelling. \ an onzen kant nam men daarover wraak, door op de Elbe bij Hamburg eenige Engelsche schepen te vernielen.

Hoewel De Ruyter in den ticeedaagschen zeestrijd de wijk had moeten nemen, werd hem die nederlaag wegens 't betoonde beleid als een overwinning aangerekend. De koning van Frankrijk schonk hem de ridderorde van St.Michiel en een opzettelijk vervaardigde eerepenning. In 't begin van Sept. vertrouwden de Staten hem opnieuw een vloot toe, waarmede hij de Engelschen bij Boulogne ontmoette. Zij ontweken echter den strijd, die op dat oogenblik ook voor de Nederlanders minder gewenscht was, omdat veel ziekten aan boord heerschten. Bovendien werd De Ruyter ernstig gewond, daar een stuk van een brandende patroon hem in de keel waaide. Eindelijk bleef de Fransche hulp alweder uit, en om al die tegenspoeden werd besloten de vloot terug te laten keeren.

De ziekte van De Ruyter was intusschen zeer verergerd. Johan de Witt bezocht hem op de vloot, en liet den zwaar gewonde op een daartoe ingericht fiegat naar zijn huis te Amsterdam brengen, waar hij tegen t einde van 't jaar langzamerhand genas. De blijdschap over zijn behoud was algemeen, en de stad Amsterdam schonk hem als aandenken een gouden degen.

De overgroote inspanning, de zware verliezen die geleden waren, een hevige brand en pest te Londen, de duidelijke veroveringsplannen van Lodewijk XIV ten opzichte van de Zuidelijke Nederlanden en andere oorzaken, maakten voor beide partijen 't einde van den oorlog wenschelijk. In 't voorjaar van 1667 kwam men te Breda bijeen om te trachten, het over den vrede eens te worden. Daar de Engelschen weinig toegevendheid betoonden, besloot De Witt tot de uitvoering van een plan, waarop hij reeds lang had gezonnen.

Sluiten