Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In alle stilte verzamelde men te Texel een uitsluitend Hollandsehe vloot van 80 grootere en kleinere vaartuigen, voorzien van een talrijke troepenmacht en een ruime hoeveelheid krijgsbehoeften. De Ruyter was opperbevelhebber, Van Gent diende onder hem, C o r n e I i s de Witt vertegenwoordigde de Staten. Thans zou men den vijand in zijn eigen land bestoken.

Bij de Theems gekomen (17 Juni 1667) voeren 17 deikleinere vaartuigen met eenige branders de rivier op onder Van Gent en De Witt, waarna eenige halfuitgeruste schepen erin slaagden naar Londen te ontkomen. Den 20en bereikte men de Medway, een zijrivier van de Theems, zette troepen aan land en verwoestte 'tfort Sheerness. Wel wierp de vijand inderhaast eenige verschansingen op, plaatste een paar groote schepen achter een zwaren ketting over de rivier en liet eenige vaartuigen zinken, maar al die hinderpalen konden alleen den voortgang der aanvallers belemmeren, niet verhinderen. De springvloed en de wind waren den onzen gunstig. Kapitein VanBrakel veroverde een fregat, dat vóór den ketting lag, een brander zeilde den ketting aan stukken, andere branders en gewapende sloepen zetten 't vernielingswerk voort. De Ruyter, inmiddels bij Van Gent aan boord gekomen, zond eenige vaartuigen hooger de rivier op, waar zij drie groote schepen in brand staken. In Londen begon men reeds maatregelen te nemen om te vluchten, uit vrees voor de Hollanders, maar brj Chattarn werd 't vaarwater te nauw om verder te gaan, bovendien was de werf aldaar in goeden staat van verdediging gebracht, en daarom besloot men tot den terugkeer. Zes groote schepen waren vernield behalve degene, welke de Engelschen zeiven hadden laten zinken, terwijl de Royal Charles en de Unihj als zegeteekenen werden medegenomen. Plechtige dankdagen werden overal ge-

Sluiten