Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoover boven dat van alle andere zeehelden uitblinkt. Is het, omdat geen van allen zooveel gelegenheid had om zijn bekwaamheden te toonen, en hij bijna altijd overwinnaar was? — Is het, omdat geen van allen ons land in zulke moeilijke omstandigheden voor een inval heeft bewaard, zoodat men hem terecht den eernaam van „Redder des Vaderlands" heeft geschonken? — Voor een groot deel zeker wel. Maar er komt nog iets anders bij.

Zonder iets op de verdiensten van anderen te willen afdingen, mag wel gewezen worden op De R u v t e r s groote eenvoudigheid, die hem onder alle omstandigheden bijbleef; op de minzame wijze, waarmede hij met zijn scheepsvolk omging; op den echten godsdienstzin, die hij bij alle gelegenheden toonde te bezitten. De Ruyter was geen ruwe houwdegen, die er zijn onderhoorigen maar aan waagde. Zelfs de overwonnenen behandelde hij met groote verschooning, een zeldzaam voorbeeld van menschlievendheid in die ruwe tijden. De strijd was niet zijn lust en leven; integendeel, alleen noodzakelijkheid. Meermalen toch heeft hij zijn hooge waardigheid willen neerleggen, en liet hij zich alleen door zijn vriend De Witt overhalen om te blijven, daar men hem niet kon missen.

Zelfs onze vijanden erkenden zijn deugden en bekwaamheden: Lodewijk XIV liet het lijk met eereschoten begroeten, toen het langs de Fransche kust voer, en een Engelsch schrijver getuigt van hem:

„De Ruyter was zulk een eerlijk man. zulk een braaf Christen, zulk een bekwaam, ervaren en gelukkig bevelhebber en zulk een trouw vaderlander, dat hij met recht verdient geprezen te worden als het sieraad zijner eeuw, de beheerscher der zee, de roem van zijn land.

Dat onze dichters niet achterbleven in 't verkondigen van De Ruyter's lof, laat zich begrijpen. De groote Vondel schreef onder zijn portret:

Sluiten