Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENHEID VAN TIJD.

In de Residentiebode las ik:

Een praatje over Tijd.

De Zwolsche Courant bevat de volgende interessante beschouwingen :

De dichters stellen ons den tijd voor als een grijsaard, maar hoe oud hij ook wezen moge, zijn vlugheid is ongeëvenaard. Men roemt zijn hooge waarde, doch betreurt zijn snellen loop en sloopend vermogen. Vandaar zooveel spreekwoorden en zegswijzen, ons door 't voorgeslacht nagelaten „Tijd is geld, snel ontvaren ons de jaren, alles slijt met den tijd, geen huis zoo hecht, dat de tijd niet slecht," enz. En staan we aan den eindpaal van ons leven, dan zuchten we: Waar is de tijd gebleven? En toch, al weet ieder, dat deze schat niet te koop is, wat al kostbare oogenblikken worden er verknoeid of vermorst!

Hoe snel de tijd ook vliedt, enkelen valt hij lang, bijv. cellulaire-gevangenen, lijders aan slapeloosheid, waaksters by zieken, mannen die op benoemingen wachten, kostleerlingen, de dagen, soms de uren tellende, die hen van 't ouderhuis nog scheiden, enz., doch, zulke vervelende toestanden duren in den regel betrekkelijk kort. Erger is hij er aan toe, die met zijn leegen tijd geen weg weet en de groote kunst niet verstaat, zich zeiven bezig te houden; voor zulk een beklaaglijk wezen kruipen de uren en is elk tijddoodend middel een ware uitkomst. Hoe

Sluiten