Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen en de fraaie machinerieën en de werking der klaringsbekkens werden duidelijk voor ieder uitgelegd.

Zoo zijn wij weer bij de Punterbrug. Wij hebben opgemerkt, dat de zandstreek, die wij doorliepen, slechts weinig hooger is dan het aangrenzende alluvium. Een helling, zooals nog bij Haren te zien was, bestaat hier niet meer. De grens van den Hondsrug verliest zich hier geheel en al. Ongemerkt gaat hij in de Drenthsche vlakte over. Wij gaan nu nogmaals naar Haren terug, om den oostelijken voet van den Hondsrug op te zoeken.

Bij de kerk te Haren gaat een macadam-weg naar het Oosten, die weldra het karakter van een landweg aanneemt. Hij zal ons den verloren Hondsrug weer toonen. Wij zouden hem den lagen weg naar Midlaren kunnen noemen. Hij leidt met een zijtak naar het station Haren van den Staatsspoorweg, en staat ook in verband met de reeds besproken Achterwegen. Zoo gaat bijv. bij den eersten kilometerpaal de ,,Nieuwlandsweg" evenwijdig aan spoor- en straatweg rechtsaf, juist, waar de macadam een weinig naar links gaat en een eind verder den spoorweg kruist. Zijn omgeving vertoont afwisselend bouw- en grasland en bosschen. Wij komen langs verscheiden knappe boerenbehuizingen door de buurtschappen Felland en Onnen. Hier bij den handwijzer kunnen wij de Vlasoordsteeg ingaan, die verscheiden zeer behaaglijke punten oplevert en met veel kromme en rechte einden ons in een half uur over den spoorweg naar Harendermolen brengt. Het gaat niet aan, op al de combinaties te wijzen, die er in dit met een net van wegen bedekte land mogelijk zijn. Maar de combinatie Groningen—Kamp—Oosterweg—Achterwegen altijd maar evenwijdig aan straat- en spoorweg tot op dezen macadam en dan bij den handwijzer langs genoemde steeg naar Harendermolen is een wandeling van geen 21 2 ""r, die zeer is aan te bevelen. Wij gaan verder, naar Midlaren. Bij den handwijzer heeft onze weg weer den oostelijken rand van den Hondsrug bereikt en wordt het vergezicht naar links door geen geboomte of huizen meer verhinderd. De landerijen vertoonen naar dien kant weder een zeer vlakke, flauwe afhelling tot waar de welbekende veenweiden aanvangen. Een ver verschiet vergunt ons weldra de geboomten en huizen-complexen te zien van Westerbroek, Martenshoek en Kropswolde. Daar voorlangs zien wij misschien den straatweg naar Winschoten, het Schuitendiep en den spoorweg naar de Duitsche grenzen. Hier en daar verraden fabrieksschoorsteenen het industrieele karakter dier streek. Aan onzen rechterkant hebben wij de hoogere gronden, zelfs de heide nadert ons.

Sluiten