Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een goed uur van Haren zien wij de oude renbaan van het landgoed „Vogelzang". Fraaie landwegen naar rechts kunnen wij hier inslaan, die toegang tot dat buiten geven, of al iets eerder naar de Appelbergen en den Ouden Heereweg, dien wij al vroeger hebben genoemd. Terwijl wij links al eens het Zuidlaardermeer zien glinsteren, vertoonen zich in de verte vóór ons molenwieken. Dat is het teeken, dat Noordlaren naderbij komt, dat men van Haren af gemakkelijk in anderhalf uur bereikt. Wie rusten wil, zal zich niet over de nette bediening in de herberg van Bruins beklagen en kan in de „mooie kamer", waar de gasten gewoonlijk worden ontvangen, zich bezig houden met een schilderij, dat daar hangt en waarop blijkbaar een edelmoedige Roineinsche veldoverste, na een overwinning, een jeugdige maagd, die tot den buit behoorde, terug schenkt aan den dapperen jongeling, met wien zij verloofd was, maar die op dat schoone oogenblik wel anders mocht kijken dan hij doet. Het schilderij moet afkomstig zijn uit een huis op de Vischmarkt te Groningen.

Noordlaren is een knap dorp met veel keurig nette boeren- en burgerhuizen, aardiger om te zien dan Haren, dat misschien zijn karakter door de nabijheid der stad heeft verloren. De toren van Noordlaren herinnert aan dien van Haren door zijn dak, dat evenwel met een kruilenrijk ijzeren ornament is bekroond. Het dorp is aangelegd met drie in de lengte loopende en enkele dwarse straten. De laatste verbinden den onderweg met den bovenweg, waarlangs de tramlijn loopt (Punt—Zuidlaren). Zou die inachtneming van de rechte lijn en den haakschen hoek bij den aanleg van Noordlaren familie zijn van dezelfde voorliefde bij hen, die Groningen zijn allereerste uitbreidingen hebben gegeven? Ik werp die vraag maar op, en iaat het antwoord graag aan anderen over. Maar Drenthsch is het karakter van Noordlaren niet.

Wandelen wij verder, dan hebben wij nu rechts den zeer uitgestrekten N'oordlaarder esch, die zich tot ver over den bovenweg uitbreidt. Wij zullen hem later leeren kennen. En links naar de zijde van het meer zien wij de grens van het diluvium steeds op korten afstand. Het geheel is dus de hier zeer flauwe, maar ook breede helling van den Hondsrug. De bovenweg ligt hier en daar 5 of 6 meter hooger dan ons pad. Nu komt links het landgoed „Bloemert", thans een hótel-pension. Wij overschrijden hier de provinciale grens, als wij den noordrand van het bosch van Bloemert precies links van ons hebben. Deze grens loopt dwars door het Zuidlaardermeer.

Even voorbij Bloenvert, te Midlaren, vereenigt zich onze weg met den van De Punt komenden bovenweg. Verder gaan doen wij nu niet, daar wij den Hondsrug in Groningen zouden bekijken. Wij draaien dus den rug naar de fraaie en royale, breede

Sluiten