Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nieuwe buitenwijken van 1870 tot 1890 zijn voor het nageslacht een monument van het straten maken uit winstbejag; schoonheid en doelmatigheid zijn bij hun aanleg niet in aanmerking gekomen. Zoo drukt elke tijd zijn stempel op wat hij tot stand brengt.

Dat het dorp, door Friezen en Drenthen uit behoefte in het leven geroepen, uitstekend gelegen was, heb ik al een paar malen opgemerkt. Maar aan dat dorp hadden de bewoners niet genoeg. Er moesten wegen zijn. Welnu, die zijn er gekomen. Op de klei zijn ze ontstaan van terp tot terp: ze moesten reeds afgepaalde eigendommen, lage plekken en stroompjes ontwijken. Men ziet er zelden rechte stukken in. Dat is zoo overal op de klei. De in die oudste tijden nog geheel vrije Hondsrug kon begaan worden, zooals men verkoos. De aangewezen ligging voor den grooten verkeersweg naar de zuidelijker stamgenooten is dezelfde als die voor het voetpad, dat de oermenschen volgden, om van Groningen naar zuidelijker plaatsen te komen. Dat pad was de eerste aanleg van den Heereweg en is naar het Noorden verlengd tot de uiterste punt van den Hondsrug. Daar kennen wij het als Moeskerweg, verderop als Nieuwe en Oude Boteringestraat en als Heerestraat. Deze is onmiddellijk verbonden met den Heereweg.

Wij zullen met deze opmerkingen dit hoofdstuk besluiten.

WANDELINGEN VAN GRONINGEN UIT, TE VOET HEEN EN TERUG.

Men hoort dikwijls beweren, dat er van Groningen uit weinig wandelingen te maken zijn. Er is iets van aan. De wandelingen over de singels en door de plantsoenen mogen veel mooie punten aanbieden, men ziet ze alle dagen en raakt er aan gewend. Zij geven ons niet de opfrisschende indrukken, die men van een loopje wenscht te ontvangen. Men wil naar buiten.

Wie indrukken verlangt, als die men bijv. te genieten krijgt, wanneer men bij een der ljselsteden gaat wandelen, gezwegen van Arnhem en Nijmegen en zulke plaatsen, komt te Groningen bedrogen uit. Een natuur en een decoratief als in die streken, ontbreekt in de nabijheid der stad. Het romantische komt hier haast niet voor. Maar de gelukkigen, die ook in het vlakke,

Sluiten