Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daaraan heeft de dichteres groot gelijk. En wij zullen dat hoop ik ondervinden. Maar ik zal mij niet verstouten, al de indrukken, die wij zullen ontvangen, in woorden vast te leggen. Ik houd mij aan de uitspraak van Voltaire1):

„Tableau d'après nature,

S'il est bien fait, n'a besoin de bordure."

en zal mij verheugen, als mijn beschrijvingen werkelijk d'après nature zijn;

Het mooie paadje brengt ons op den „Polschen weg". Wij gaan links naar den viersprong van dezen weg met den zuidwaarts gaanden weg, dien wij straks voorbij liepen, en gaan dezen nu in.

Als wij eenige minuten hebben gewandeld, zijn er links een paar huisjes met een bergje er bij. Dat is een typisch Drenthsch puntje. Een kiekje er van zou in den namiddag moeten worden genomen en uit het Noordwesten. Bekijk het een oogenblik en dan den berg op! Hij biedt een aardigen rondblik aan. Voor ons zien wij het hunebed van Noordlaren, dat wij al van vroeger kennen. Bij de huisjes begint een akkerweg, die met een paar wendingen ons bij het hunebed brengt. Als het koren hoog is, moeten wij goed uitkijken.

Bijgaande afbeelding nam de heer Schilhorn van Veen. Zij toont ons een paar belangrijke bijzonderheden. Ten eerste merken wij aan de voorste dragers en de deksteencn de vlakke zijden en onderkanten op. Zij komen hier zeer goed op uit.

Ten tweede zien wij, dat die vlakke zijden bij de dragers een weinig naar binnen overhellen en bij de deksteenen naar het einde toe afhellen. Het hunebed bestaat uit vijf dragers, waarop twee deksteenen elk op drie punten rusten. De kleinere in het Noordwesten is de sluitsteen. De voorste deksteen, 3.30 meter bij 2.20, heeft naar ruwe taxatie een gewicht van 9000 kilogram. De twee deksteenen steunen ook tegen elkaar. Dit zal misschien het gevolg zijn van een schok. Wat wij voor ons zien, zijn slechts twee jukken van het vroegere geheel. De andere jukken zijn verwoest en weggevoerd. Vermoedelijk heeft men die steenen door kruit laten springen. In de overgebleven deksteenen zijn nog twee boorgaten te zien. Hun doodvonnis is gelukkig niet voltrokken.

Het geheel zal minstens 6 jukken hebben geteld, want aan het tweede juk is nog niets van het portaal te bespeuren; dit moet

1) La Pucelle d'Orléans, VII, 115.

Sluiten