Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich dus op zijn minst tusschen het derde en het vierde juk hebben bevonden. De richting der as is zuidoost-noordwest.

Wij zien nu rond. Zuidwaarts van ons ontdekken wij wederom een paar huisjes in den esch gelegen, en links er van een bergje. De akkerwegen brengen ons er veilig heen. Natuurlijk weer op het bergje, welks rug een hoogte heeft van niet minder dan 9.2 meter boven N. A. P. Doet er niet toe, mooi is het er toch. Om zijn vorm zou men verleid worden, te onderzoeken, of er

niet een hunebed onder zit. Wij gaan in zoowat zuidelijke richting door het land verder en komen bij andere huisjes (er zijn er veel in deze buurt, ook sommige, die niet in het landschap passen) aan een diep gelegen breeden zandweg met heuvelachtige kanten. Dezen steken wij in schuinslinksche richting over en gaan aan de andere zijde, dicht bij de bosschen van Midlaren, weder over akkerwegen naar de steengraven, die wij daar vroeger al hebben aangewezen. Wij zullen ze nu bekijken.

Uit het zuidwesten gezien, vereenigen zij zich met de huisjes

NOORDLAREN. — Hunebed, uit liet Zuid-Oosten gezien.

Sluiten